Bijlage 1 Onderwerpen centraal en schriftelijk examen aardrijkskunde 1995–1996: examenstructuur ‘Nederland en de internationale milieuproblemen’

Onderwerpen centraal en schriftelijk examen aardrijkskunde 1995–1996

Het betreft: Van de kandidaten wordt verwacht dat zij: De kandidaten moeten in staat zijn om voor een aantal regio's in Nederland de processen die de milieuproblemen veroorzaken te beschrijven, te analyseren en te evalueren. De benaderingswijze hierbij is als volgt: Dit proces moet door de kandidaten worden beschreven, geanalyseerd en geëvalueerd voor: Door de verandering van het klimaat zal de zeespiegel gaan stijgen, waardoor het gebied lager dan 1 meter n.a.p. met overstroming te maken kan krijgen. De compartimenten grondstoffen, bodem, oppervlaktewater en grondwater zijn hierbij betrokken. Deze aantasting van het milieu speelt op het mondiale schaalniveau. Dit proces moet door de kandidaten worden beschreven, geanalyseerd en geëvalueerd voor: Deze verontreiniging van het milieu speelt op het continentale en het regionale schaalniveau. De Randstad heeft te maken met verzuring door het verkeer, de industrie, waaronder olieraffinaderijen en de conventionele electriciteitscentrales. De zandgronden verzuren door de intensieve veehouderij. De compartimenten atmosfeer, bodem en oppervlaktewater hebben te maken met deze verontreiniging. Dit proces moet door de kandidaten worden beschreven, geanalyseerd en geëvalueerd voor: Deze verontreiniging van het milieu speelt op het fluviale en het regionale niveau. De intensieve landbouw zorgt voor een eutrofiëring van het grondwater en het oppervlaktewater. Dit proces moet door de kandidaten worden beschreven, geanalyseerd en geëvalueerd voor: Deze uitputting van het milieu speelt op het regionale schaalniveau. De hoogveengebieden verdrogen door de wateronttrekking door de landbouw op de aangrenzende zandgronden. De bodem en de grondstoffen zijn de betrokken compartimenten. Dit proces moet door de kandidaten worden beschreven, geanalyseerd en geëvalueerd voor: Dit proces speelt op het fluviale schaalniveau. De menselijke activiteiten in de stroomgebieden van Maas, Rijn en Schelde veroorzaken deze vorm van verontreiniging. De bet