Art. 12 Besluit privacyreglementen N.S.I.S. en Sirene, Rechten van de geregistreerde
Besluit privacyreglementen N.S.I.S. en Sirene
1. Aan de op verzoek van een Nederlandse signalerende autoriteit gesignaleerde vreemdeling wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 van de wet mededeling gedaan van de signalering.
2. Geregistreerden kunnen de rechten genoemd in de artikelen 109 en 110 van de Uitvoeringsovereenkomst, inhoudende het recht op kennisneming respectievelijk aanvulling of verwijdering, overeenkomstig de wet uitoefenen door het desbetreffende verzoek schriftelijk te richten aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie, t.a.v. de privacyambtenaar, per adres Europaweg 45, postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer.
3. Een verzoek als bedoeld in artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van ƒ 10 (tien gulden) op rekening 4382532 onder vermelding van "privacyverzoek NSIS".
4. Een verzoek bedoeld in het tweede lid wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
5. Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt.
6. Op een verzoek als bedoeld in artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst wordt binnen één maand nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist. Voor zover de gegevens waarvan verzoeker kennis wil nemen niet van een Nederlandse signalerende autoriteit afkomstig zijn, stelt het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie alvorens over de kennisneming te beslissen, de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.
7. Aan een verzoek als bedoeld in artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst wordt geen gevolg gegeven wanneer dit voor een rechtmatige, uit de signalering voortvloeiende taakuitoefening of ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden onontbeerlijk is.
8. De mededelingen in antwoord op een verzoek op grond van artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst worden overeenkomstig artikel 29, eerste en derde lid, van de wet in schriftelijke vorm gedaan.
9. Op een verzoek als bedoeld in artikel 110 van de wet wordt binnen twee maanden na ontvangst schriftelijk bericht of dan wel in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Een weigering is met redenen omkleed. Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie pleegt over het verzoek overleg met de desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit of stelt de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid gesteld dienaangaande een standpunt in te nemen.
10. De termijnen bedoeld in het zesde en negende, worden geschorst gedurende de tijd dat de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid wordt gesteld een standpunt in te nemen.