Art. 14 Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994, Overige bepalingen

Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994

1. Een verklaring die is verleend ingevolge de artikelen 2 of 3 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen en die op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt niet is ingetrokken, wordt beschouwd te zijn verleend ingevolge de artikelen 2 onderscheidenlijk 3 van dit besluit.

2. Een onderneming of instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 9a van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen bevoegd is diensten te verrichten naar Nederland vanuit een vestiging buiten Nederland en tevens daadwerkelijk zulke diensten verricht, wordt beschouwd bevoegd te zijn ingevolge artikel 13 van dit besluit.