Bijlage III Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas: markering van het vaarwater

Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

Hoofdmarkering Gevaarlijke punten kunnen zijn: koppen van kribben, uitstekende punten van de oever, lage gedeelten van de oever die overstroomd kunnen worden, vaste obstakels, e.d. Obstakels kunnen zijn: vastgevaren of gezonken schepen, te water geraakte objecten, plaats van werkzaamheden in of nabij het vaarwater e.d. Buiten het vaarwater Opmerkingen: 1. De lichten kunnen in plaats van de dagmerken voorkomen. 2. De rode en groene lichten kunnen ook als vaarwegverlichting worden toegepast; zij geven aldus het verloop van de oeverlijn aan. 2 In of nabij vaarwater Hiervoor kunnen de volgende markeringen worden gebruikt: 2.1. Laterale markering 2.2. Markering op (of nabij) het obstakel of, met verplichting hinderlijke waterbeweging te vermijden: Deze markering is niet in de eerste plaats bestemd voor de navigatie, maar duidt een bepaald gebied of voorwerp aan, dat doorgaans is omschreven in nautische of andere daarvoor bestemde publicaties. Deze betonning wordt bijvoorbeeld toegepast ter markering van verboden gebieden, bagger-, stort- en ankerplaatsen, voor het afbakenen van speciale gebieden zoals voor snelle motorboten, waterskiërs, zeilplanken, wedstrijden, e.d. Opmerking De bijzondere betonning moet door de doorgaande scheepvaart, d.w.z. schepen die niet een aldus gemarkeerd gebied als bestemming hebben, aan dezelfde zijde worden gehouden als de "gewone" betonning. De ingangen van havens, zijvaarten, aftakkingen, e.d. kunnen als volgt zijn gemarkeerd (invarend gezien): Indien voorzien van lichten Indien niet voorzien van lichten Ligging van de vaargeul Deze tekens zijn geplaatst op die oever van een rivier, waarlangs (het diepste gedeelte van) de vaargeul loopt. Overgangen De punten waar de vaargeul van de ene oever naar de andere overgaat kunnen aanvullend als volgt zijn gemarkeerd: