Art. 3.46 Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas, Noodtekens

Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

1. Een in nood verkerend schip, dat hulp wil inroepen, moet de volgende seinen, hetzij afzonderlijk hetzij een combinatie hiervan, tonen dan wel geven:

- een vlag of ieder ander geschikt voorwerp waarmee in het rond wordt gezwaaid;

- een licht waarmee in het rond wordt gezwaaid;

- vuurpijlen, lichtkogels, parachutelichten of rookbommen dan wel vlammen;

- een vlag met daarboven of daaronder een bol of een daarop gelijkend voorwerp;

- reeksen klokslagen of herhaalde lange stoten.

2. Een schip, dat medische hulp wil inroepen, mag geven: vier korte stoten, gevolgd door één lange stoot.