Bijlage 1 Brra: eed- en belofteformulier als bedoeld in artikel 2h, derde lid

Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Brra)

Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een rechterlijk ambtenaar Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen. Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven. Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarin mijn ambtsverrichtingen te pas zouden kunnen komen. Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik bij de uitoefening van mijn ambt de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn ambt de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden. Ik zweer/beloof dat ik mijn ambt met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal uitoefenen en mij in deze uitoefening zal gedragen zoals een goed rechterlijk ambtenaar betaamt. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik! Op........................, werd te..................... ten overstaan van (1).............................. door (2)............................. de bovenvermelde eed/belofte afgelegd. (1)............................. (2)............................. Wanneer de eed of belofte door een rechterlijk ambtenaar in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt: Ik swar/ûnthjit dat ik trou wêze sil oan de Kening, en dat ik de Grûnwet en alle oare wetten ûnderhâlde en neikomme sil. Ik swar/ferklearje dat ik streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of útwynsel ek, foar it krijen fan in beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil. Ik swar/ferklearje dat ik nea likefolle hokker jeften of ge