Art. 69d Wtv, Aanvullend toezicht op verzekeraars in een verzekeringsgroep als bedoeld in richtlijn nr. 98/78/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 oktober 1998 betreffende het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep (PbEG L 330)
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wtv)
1. In het toezicht, bedoeld in artikel 69c, worden betrokken:
a. verbonden ondernemingen van de verzekeraar;
b. deelnemende ondernemingen in de verzekeraar;
c. verbonden ondernemingen van een deelnemende onderneming in de verzekeraar.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer behoeft bij het toezicht, bedoeld in artikel 69c, niet te betrekken ondernemingen met zetel buiten de Unie waar wettelijke belemmeringen bestaan voor het verstrekken van de nodige informatie, behoudens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels ten aanzien van het niet beschikbaar zijn van noodzakelijk informatie.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan per geval besluiten om in de volgende gevallen een onderneming niet te betrekken in het in artikel 69c bedoelde toezicht:
a. indien de bij dat toezicht te betrekken onderneming in het licht van de doelstellingen van dat toezicht slechts van te verwaarlozen betekenis is;
b. indien het in aanmerking nemen van de financiële positie van die onderneming in het licht van de doelstellingen van dat toezicht misplaatst of misleidend zou zijn.