Art. 147m Wtv, Opvanginstrument voor levensverzekeraars
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wtv)
1. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt, gehoord de vertrouwenscommissie, het einde van de toepassing van het opvanginstrument vast.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt het einde van de toepassing van het opvanginstrument bekend aan de verzekeraar en de opvanginstelling.
3. Indien na beëindiging van de toepassing van het opvanginstrument waarbij een portefeuille-overdracht heeft plaatsgevonden bij de opvanginstelling een batig saldo resteert, keert de opvanginstelling dit uit aan de verzekeraar ten behoeve waarvan het opvanginstrument is toegepast.
4. De opvanginstelling trekt na beëindiging van de toepassing van het opvanginstrument in ieder geval de aandelen in die niet het minimumkapitaal, bedoeld in artikel 67, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vertegenwoordigen. De aandeelhouders werken hieraan mee.