Bijlage I Regeling paraveterinairen: behorende bij de artikelen 2 tot en met 14 van de Regeling paraveterinairen

Regeling paraveterinairen

De fysiotherapeut bij dieren richt zich in het bijzonder op honden, katten en paarden en in meer algemene zin op de gehouden diersoorten. De fysiotherapie bij dieren is met name gericht op het bewegingsapparaat voorzover de therapie niet tot het behandelgebied van de dierenarts behoort. De kennis en vaardigheden van de dierfysiotherapeut hebben betrekking op: De fysiotherapeut maakt een keuze uit één of meer behandelmethoden zoals massagetherapie, bewegingstherapie, en fysische therapie in engere zin. Hij richt zich op de bestrijding van pijn, op het optimaliseren van spiertonus en van de houdings- en bewegingscoördinatie waaronder beïnvloeding van de mobiliteit en op training van het algemeen en locaal uithoudingsvermogen. Verder richt de dierfysiotherapie zich op de perifere circulatie alsmede de functie van de huid. De handelingen waartoe hij een bevoegdheid krijgt om ze uit te oefenen zijn genoemd in het Besluit paraveterinairen. De cursist heeft kennis van: De cursist kan: De cursist heeft kennis van: De cursist heeft kennis van: De cursist heeft kennis van: De cursist heeft kennis van: De cursist heeft kennis van: De bevoegdheid tot de uitoefening van het beroep fysiotherapeut ingevolge de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Stb. 1963, 113). De opleiding bestaat uit theoretisch onderwijs, dat een tijdsperiode van maximaal twee jaar beslaat en een stageperiode. Het theoretisch onderwijs en de stageperiode zijn gericht op de door Onze Minister vastgesteld eisen verwoord in de leerdoelen welke vermeld staan in hoofdstuk 2 van dit leerplan.