Bijlage I Bam: behorende bij het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer
Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer (Bam)
I Begrippen II Voorschriften: 1 De opslag van mest 2 De opslag van organische meststoffen niet zijnde dierlijke mest 3 De opslag van veevoeder 4 De opslag van nitraathoudende kunstmeststoffen 5 Bestrijdingsmiddelen 6 Onderhoudswerkplaats 7 Gebruik van gasflessen 8 Afvalstoffen 9 Bodembescherming 10 Geluidhinder 11 Centrale verwarmingsinstallaties voor ruimteverwarming of warmwatervoorziening 12 Noodstroomvoorzieningen 13 Gebruik vorkheftrucks 14 Bewaren van LPG-reservoirs voor de aandrijving vantransportmiddelen 15 Op aardgas gestookte toestellen en regelapparatuur 16 Bewaren van K1-, K2- en K3-vloeistoffen en chemicaliën in emballage 17 Gedragsvoorschriften 18 Brandbestrijding 19 Meet- en registratieverplichtingen 20 Voorschriften voor de opslag van gasolie, lichte stookolie, dieselolie en petroleum in bovengrondse tanks met een inhoud vanmeer dan 200 liter 21 Afleverpompen voor motorbrandstoffen 22 Opslag van afgewerkte olie In deze bijlage en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater; equivalent geluidsniveau (LAeq): het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode, optredende geluid, vastgesteld overeenkomstig voorschrift 10.5; foliebassin: een bassin, uitgevoerd als een met een afdichtingsfolie beklede grondput; gasfles: een voor herhaald gebruik bestemde, cilindrische, metalen drukhouder, die voorzien is van één aansluiting met klep- of naaldafsluiter en een waterinhoud heeft van ten hoogste 150 liter; geluidgevoelige bestemmingen: gebouwen of objecten, als aangewezen bij de algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 49 en 68 van de Wet geluidhinder; geluidsniveau in dB(A): het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in dB(A), overeenkomstig de door de Internationale Electrotechnisch
- a. het geluidsniveau, uitgedrukt in dB, dat, gemeten over een bepaalde periode, gedurende 95% van de tijd, wordt overschreden, exclusief de bijdrage van de inrichting zelf;
- b. het optredende equivalente geluidsniveau (LAeq), veroorzaakt door wegverkeersbronnen minus 10 dB(A), met dien verstande dat voor de nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur alleen wegverkeersbronnen in rekening mogen worden gebracht met een intensiteit van meer dan 500 motorvoertuigen gedurende die periode;
- a. in de gemeente waarin het betrokken bedrijf is gelegen op 1 maart 1996 een gemeentelijke verordening ontbrak, die regels stelde voor het brengen van afvalwater in een openbaar riool, of
- b. het op een openbaar riool brengen van spoel- en schrobwater van stallen of andere mestopslagen op 1 maart 1996 was toegestaan bij een vergunning krachtens een gemeentelijke verordening die regels stelde voor het brengen van afvalwater in een openbaar riool, dan wel bij of krachtens zodanige verordening gestelde voorschriften en beperkingen.
- a. op ten minste 100 m van een bebouwde kom;
- b. op ten minste 50 m van een woning van derden of een gevoelig object.
- a. op meer dan 100 m afstand van een woning van derden, die behoort tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen inrichting voor het telen, behandelen, verhandelen, opslaan of overslaan van landbouwprodukten of voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
- b. op meer dan 200 m afstand van een gevoelig object of een woning van derden, niet zijnde een woning als bedoeld onder a;
- c. op meer dan 350 m afstand van de bebouwde kom.
- a. 20 jaar voor betonnen, houten, stalen of gemetselde constructies,
- b. 10 jaar voor doekconstructies,
- c. 10 jaar voor binnenafdichtingsfolies,
- d. 10 jaar voor overige constructies,
- a. op meer dan 100 m afstand van een woning van derden, die behoort tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen inrichting voor het telen, behandelen, verhandelen, opslaan of overslaan van landbouwprodukten of voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
- b. op meer dan 200 m afstand van een gevoelig object of een woning van derden, niet zijnde een woning als bedoeld onder a;
- c. op meer dan 350 m afstand van de bebouwde kom.
- a. op ten minste 100 m van een bebouwde kom;
- b. op ten minste 50 m van een woning van derden of een gevoelig object.
- 1°. het uitgehaalde kuilvoer moet direct in de stal, dan wel in een afgesloten ruimte worden geplaatst, of op zodanige wijze worden afgedekt dat geen stankoverlast kan plaatsvinden;
- 2°. direct na het uithalen van het kuilvoer moet de kuil door middel van kunststoffolie, vastgelegd met zandslurven of een hieraan gelijkwaardige voorziening, toegedekt worden;
- 3°. eventuele restanten van het kuilvoer moeten direct van het terrein van de inrichting afgevoerd worden, dan wel op zodanige wijze worden opgeslagen dat geen stankoverlast kan plaatsvinden.
- 1°. de kuilvoeropslag is gelegen op ten minste 25 m afstand van een woning van derden of een gevoelig object;
- 2°. een analyserapport van de betreffende kuil overgelegd kan worden waaruit blijkt dat de opslag een droge stofgehalte hoger dan 30% en een boterzuurgehalte in de droge stof lager dan 2,5% bezit, dan wel een droge stofgehalte hoger dan 30% en een ammoniakfractie lager dan 25 bezit.
- a. de concentratie aan minerale oliën niet hoger is dan 20 mg/l in enig steekmonster, bepaald volgens NEN 6675,
- b. het geen grove bedrijfsafvalstoffen bevat, en
- c. het geen snel bezinkende bedrijfsafvalstoffen bevat met een korreldiameter van meer dan 0,75 mm, bepaald met een testzeef volgens ISO 3310-1, uitgave juli 1990.
- a. waarvan de concentratie aan minerale olie voor vermenging met bedrijfsafvalwater afkomstig uit andere ruimten, hoger is dan 200 mg/l in enig steekmonster, bepaald volgens NEN 6675,
- b. dat grove bedrijfsafvalstoffen bevat, of
- c. dat snel bezinkende bedrijfsafvalstoffen bevat met een korreldiameter van meer dan 0,75 mm, bepaald met een testzeef volgens ISO 3310-1, uitgave juli 1990.
- a. afkomstig is van composteringshopen,
- b. bedrijfsafvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen of waarvan kan worden voorkomen dat ze in het bedrijfsafvalwater terecht komen,
- c. een gevaarlijke afvalstof is, waarvan kan worden voorkomen dat deze in de riolering terecht komt, of
- d. stankoverlast buiten de inrichting veroorzaakt,
- 1. Bedrijfsafvalwater wordt overigens slechts in een openbaar riool gebracht, indien door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid ervan:
- a. de doelmatige werking niet wordt belemmerd van een openbaar riool, een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk, of de bij een zodanig openbaar riool of zuiveringstechnisch werk behorende apparatuur,
- b. de verwerking niet wordt belemmerd van slib, verwijderd uit een openbaar riool of een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk, en
- c. de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zoveel mogelijk worden beperkt.
- 2. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen met betrekking tot de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van bedrijfsafvalwater dat in een openbaar riool wordt gebracht met het oog op de doelmatige werking, bedoeld in het eerste lid, onder a, de verwerking, bedoeld in het eerste lid, onder b, en de kwaliteit van het oppervlaktewater, bedoeld in het eerste lid, onder c.
- 3. Met betrekking tot bedrijfsafvalwater dat wordt gebracht in een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
- 1. Een slibvangput en een olie-afscheider waardoor bedrijfsafvalwater wordt geleid: Van het ledigen en reinigen van de slibvangput en de olie-afscheider wordt een logboek bijgehouden.
- a. werken doelmatig,
- b. voldoen aan NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen,
- c. worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden overeenkomstig NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen, en
- d. zijn te allen tijde voor controle bereikbaar.
- 2. Ten aanzien van de toepassing van NEN 7089 als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden gegeven. Daarbij kunnen van die NEN afwijkende voorschriften worden vastgesteld.
- 3. Een slibvangput en een olie-afscheider voldoen in elk geval aan NEN 7089 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen, en de in het tweede lid bedoelde ministeriële regeling, indien voor deze voorziening een kwaliteitsverklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling, waaruit blijkt dat de voorziening ten minste voldoet aan die NEN en de in het tweede lid bedoelde ministeriële regeling, en is voorzien van een bij ministeriële regeling aangegeven merkteken.
- 4. In afwijking van het eerste lid, onder b, en de voorschriften op grond van het tweede lid, kunnen slibvangputten en olie-afscheiders ook voldoen aan regels die ten aanzien van slibvangputten en olie-afscheiders gelden in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en waarmee een ten minste met de in het eerste lid, onder b, en het tweede lid bedoelde voorschriften gelijkwaardige bescherming voor het milieu wordt bereikt.
- 5. Een slibvangput en een olie-afscheider voldoen in elk geval aan regels als bedoeld in het vierde lid, indien voor deze voorzieningen een kwaliteitsverklaring is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificeringsinstelling waaruit blijkt dat een instelling, gevestigd in een andere lid-staat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, welke instelling in staat is tot het op onafhankelijke, betrouwbare en deskundige wijze beoordelen van slibvangputten en olie-afscheiders, bij een keuring heeft vastgesteld dat de voorzieningen voldoen aan deze regels.
- a. het equivalente geluidsniveau (LAeq) niet meer mag bedragen dan: 50 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur; 45 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur; 40 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur;
- b. het equivalente geluidsniveau niet minder behoeft te bedragen dan: 40 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur; 35 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur; 30 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur.
- a. zodanig zijn aangebracht dat een goede dwarsventilatie is gewaarborgd;
- b. zodanig zijn aangebracht dat onder alle omstandigheden een vrije luchtdoorlaat is gewaarborgd;
- c. zodanige afmetingen hebben dat te allen tijde voldoende ventilatie is gewaarborgd om gassen of dampen die vrijkomen bij brandstoflekkage, af te voeren.
- a. het nummer van het LPG-brandstofreservoir;
- b. de waterinhoud in liters;
- c. de werk- en persdruk;
- d. de vullingsgraad en de keuringsdatum met het bijbehorende stempel.
- a. het keur- of inschrijvingsmerk van de Dienst voor het Stoomwezen;
- b. de hoogst toegestane druk in kPa;
- c. de naam van de fabrikant of fabrieksmerk.