Bijlage II Btank: behorende bij het Besluit tankstations milieubeheer voor de tankstations type B
Besluit tankstations milieubeheer (Btank)
I Begrippen II Voorschriften 1 Bodembescherming 2 Brandpreventie en brandbestrijding 3 Geluidhinder 4 Gebruik van gasflessen 5 Afvalstoffen 6 Elektrische installatie 7 Gasdrukregel- en meetinstallaties en aardgasgestookte installaties 8 Bewaren van vloeistoffen 9 Gedragsvoorschriften 1. In deze bijlage en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: andere geluidsgevoelige gebouwen: andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater; brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie van constructie- onderdelen: de tijd uitgedrukt in minuten, gedurende welke tijd een constructie-onderdeel, voor zover niet zijnde een ventilatiekanaal, bepaald overeenkomstig NEN 6069, uitgave oktober 1991, met inbegrip van het bij die norm behorende correctieblad van maart 1992 of onderscheidenlijk NEN 6071 of NEN 6073, beide uitgave december 1991, en voor zover zijnde een ventilatiekanaal, bepaald overeenkomstig NEN 6076, uitgave december 1991, met in begrip van het bij die norm behorende correctieblad van april 1992 of NEN 6077, uitgave augustus 1993, nog juist voldoet aan de in onderscheidenlijk NEN 6069, NEN 6076 en NEN 6077 neergelegde criteria equivalent geluidsniveau: het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, vastgesteld overeenkomstig voorschrift 3.5; CPR 15-1: richtlijn 15-1 van de Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen (CPR), getiteld «Opslag gevaarlijke stoffen in emballage», tweede druk, uitgave 1990, van het Directoraat-Generaal van de Arbeid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; gasfles: een voor herhaald gebruik bestemde, cilindrische, metalen drukhouder, die voorzien is van één aansluiting met klep- of naaldafsluiter en een w
- a. direct voor of na binnenkomst van de leiding in een gebouw;
- b. aan het einde van elk aftakpunt van een vaste leiding naar een gebruikstoestel;
- c. in de leidingen op plaatsen waar de leiding geheel of gedeeltelijk kan worden gespoeld met een inert gas.
- a. bedrijfsafvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen of waarvan kan worden voorkomen dat ze in het bedrijfsafvalwater terecht komen,
- b. een gevaarlijke afvalstof is, waarvan kan worden voorkomen dat deze in de riolering terecht komt, of
- c. stankoverlast buiten de inrichting veroorzaakt,
- a. de doelmatige werking niet wordt belemmerd van een openbaar riool, een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk, of de bij een zodanig openbaar riool of zuiveringstechnisch werk behorende apparatuur,
- b. de verwerking niet wordt belemmerd van slib, verwijderd uit een openbaar riool of een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk, en
- c. de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zoveel mogelijk worden beperkt.