Bijlage I Btank: behorende bij het Besluit tankstations milieubeheer
Besluit tankstations milieubeheer (Btank)
I Begrippen II Voorschriften 1 Bodembescherming 2 Luchtverontreiniging 3 Installatieboek 4 Afleverinstallaties voor motorbrandstoffen 5 Voorschriften voor het opslaan van benzine, gasolie of lichte stookolie in een ondergrondse stalen tank 6 Voorschriften voor het opslaan van benzine, gasolie of lichte stookolie in een ondergrondse kunststof tank 7 Voorschriften voor het opslaan van afgewerkte olie in een ondergrondse stalen tank 8 Voorschriften voor het opslaan van afgewerkte olie in een ondergrondse kunststof tank 9 Voorschriften voor het opslaan van gasolie, lichte stookolie, smeerolie en afgewerkte olie in een bovengrondse tank met een inhoud van meer dan 200 liter en ten hoogste 3000 liter 10 Voorschriften voor het schoon maken en onklaar maken van ondergrondse tanks 11 Het wassen van motorvoertuigen 12 Afvalstoffen 1. In deze bijlage en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: andere hernieuwbare brandstoffen: andere hernieuwbare brandstoffen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, van richtlijn 2003/30/EG; bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater; biobrandstof: biobrandstof als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van richtlijn 2003/30/EG, waaronder in elk geval de biobrandstoffen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van richtlijn 2003/30/EG, worden verstaan; bodemweerstandsrapport: een rapport met bevindingen van een meting, uitgevoerd volgens BRL-K903/06, naar de weerstand van de bodem; CPR 9-1: richtlijn 9-1 van de Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen (CPR), getiteld «Vloeibare aardolie produkten, ondergrondse opslag in stalen tanks en afleverinstallaties voor motorbrandstof», vijfde druk 1993; CPR 9-5: richtlijn van de Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen (CPR), getiteld «Vloeibare aardolieprodukten, ondergrondse opslag van vloeibare produkten in
- a. het tankstation is gelegen binnen de bebouwde kom waarbij de afleverzuilen van het tankstation in één rij parallel aan de naastgelegen weg staan opgesteld en het afleveren uitsluitend aan de wegzijde op of aan de openbare weg plaatsvindt (stoepstation), of
- b. op basis van een onderzoek naar de grondmechanica dat vóór het aanbrengen van de vloeistofdichte voorziening op basis van de in het kader van het certificatie-systeem van toepassing verklaarde beoordelingsrichtlijn moet zijn uitgevoerd, is gebleken dat het aanbrengen van een bovengrondse vloeistofdichte verharding onevenredig hoge kosten met zich brengt.
- a. Van een vloeistofdichte verharding als bedoeld in voorschrift 1.1., wordt vóór 1 oktober 2005 de vloeistofdichtheid beoordeeld en goedgekeurd door een inspecteur, overeenkomstig CUR/PBV-aanbeveling 44.
- b. Van een vloeistofdichte verharding als bedoeld in voorschrift 1.1., die wordt aangelegd vanaf 1 maart 2005, wordt binnen twee jaar na de aanleg de vloeistofdichtheid beoordeeld en goedgekeurd door een inspecteur, overeenkomstig CUR/PBV-aanbeveling 44.
- c. Bij goedkeuring geeft de inspecteur een PBV-Verklaring vloeistofdichte voorziening af. De PBV-Verklaring vloeistofdichte voorziening vermeldt een termijn van zes jaar waarbinnen de vloeistofdichte verharding opnieuw is beoordeeld en goedgekeurd.
- d. Van een vloeistofdichte verharding wordt binnen de in onderdeel c bedoelde termijn de vloeistofdichtheid beoordeeld en goedgekeurd door een inspecteur, overeenkomstig CUR/PBV-aanbeveling 44.
- e. Na goedkeuring draagt degene die de inrichting drijft, zorg voor een jaarlijkse controle van de vloeistofdichte verharding. Deze controle vindt plaats conform bijlage D van CUR/PBV-aanbeveling 44.
- f. Een PBV-Verklaring vloeistofdichte voorziening die vóór 1 maart 2005 is afgegeven door een inspecteur die werkzaam was bij een rechtspersoon die daartoe was gecertificeerd, is geldig tot zes jaar na de keuring.
- g. Een PBV-Verklaring vloeistofdichte voorziening verliest haar geldigheid indien de controle, bedoeld in onderdeel e, niet is uitgevoerd, niet overeenkomstig bijlage D van CUR/PBV-aanbeveling 44 is uitgevoerd of indien de gebreken aan de vloer die tijdens deze controle zijn geconstateerd niet zijn hersteld.
- h. De rechtspersoon waarbij de inspecteur werkzaam is, is daartoe geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. Tot 1 oktober 2006 wordt de inspecteur die werkzaam is bij een rechtspersoon die daartoe is gecertificeerd, gelijkgesteld met een inspecteur die werkzaam is bij een rechtspersoon die daartoe is geaccrediteerd.
- a. een systeem voor dampretour Stage-II: het geheel van vulpistool, slang, appendages, regelinstrumenten en overige toebehoren waarmee de bij het afleveren van benzine aan motorvoertuigen voor het wegverkeer uit het brandstofreservoir van het motorvoertuig verdreven dampen worden teruggevoerd in de ondergrondse opslagtank van het tankstation;
- b. NMi: Het Nederlands Meetinstituut;
- c. TÜV Rheinland: het keuringsinstituut van de Technische Überwachungsverein in de deelstaat Rheinland-Westfalen van de Bondsrepubliek Duitsland.
- a. voor 1 juli 1995 is opgericht, en
- b. waarvan de doorzet aan benzine minder bedraagt dan 500 m3/jaar.
- a. het voorkomen van stankhinder ten gevolge van het afleveren van benzine aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, of
- b. het beperken van de emissies van benzeen ten gevolge van het afleveren van benzine aan motorvoertuigen voor het wegverkeer bij nadere eis bepalen welke maatregelen bij een tankstation voor het wegverkeer als bedoeld in voorschrift 2.2.3 worden getroffen. Indien andere maatregelen niet afdoende zullen zijn, kan het bevoegd gezag bij nadere eis bepalen dat bij een tankstation als bedoeld in voorschrift 2.2.3 een systeem voor dampretour Stage-II wordt aangebracht.
- a. dat in een andere lid-staat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in een andere staat waarmee de Europese Unie een wederzijdse erkenningsovereenkomst ten aanzien van systemen voor dampretour Stage-II heeft afgesloten, is vervaardigd of op de markt is gebracht,
- b. door een instelling die in staat is tot het op onafhankelijke, betrouwbare en deskundige wijze verrichten van keuringen van een systeem van dampretour Stage-II is goedgekeurd, en
- c. waarvan de goedkeuring is verkregen op basis van de testprocedure genoemd in voorschrift 2.2.8, dan wel een daaraan ten minste gelijkwaardige testprocedure, die aantoont dat het systeem minimaal voldoet aan de eis gesteld in voorschrift 2.2.7.
- a. een plattegrond op een schaal van ten minste een op tweehonderdvijftig, aanduidende de uit- en inwendige samenstelling van de inrichting en toebehoren;
- b. alle bewijzen van gecertificeerde of geaccrediteerde aanleg en inspectie die op basis van enig voorschrift in deze bijlage uitgevoerd worden;
- c. het schriftelijke bewijsstuk als bedoeld in de artikelen 8b of 8c.
- a. moet zijn voorzien van een automatisch afslagmechanisme waarmee het vulpistool wordt gesloten als de tank waaraan wordt afgeleverd, vrijwel is gevuld;
- b. moet zijn voorzien van een afslagmechanisme dat in werking treedt bij een lichte schok;
- c. mag niet voorzien zijn van een vastzetinrichting.
- a. in een afgesloten en op voldoende wijze naar de buitenlucht geventileerde ruimte boven een vloeistofdichte bak of op een vloer die als vloeistofdichte bak is uitgevoerd, of
- b. op een daartoe bestemde plaats in de buitenlucht die niet toegankelijk is voor onbevoegden, boven een vloeistofdichte bak, die op doelmatige wijze is beschermd tegen aanrijding.
- a. een KIWA-keurverklaring dan wel een KIWA-garantiemerkverklaring;
- b. een KIWA-installatiecertificaat en
- c. de door KIWA of een andere onafhankelijke inspectie-instelling afgegeven bewijzen van de jaarlijkse controle van de goede werking van de kathodische bescherming, tenzij uit een geldig bodemweerstandsrapport als bedoeld in voorschrift 5.1.4 blijkt dat een kathodische bescherming niet is vereist.
- a. dit terstond door degene die de inrichting drijft worden gemeld aan het bevoegd gezag;
- b. de in de tank aanwezige vloeistof onmiddellijk en volledig worden verwijderd;
- c. worden nagegaan of bodemverontreiniging is opgetreden.
- a. dit terstond door degene die de inrichting drijft worden gemeld aan het bevoegd gezag;
- b. de nog in de tank aanwezige vloeistof uiterlijk binnen acht weken volledig worden verwijderd;
- c. de tank definitief buiten gebruik worden gesteld.
- a. dit terstond door degene die de inrichting drijft worden gemeld aan het bevoegd gezag;
- b. de in de tank aanwezige vloeistof uiterlijk binnen acht weken volledig worden verwijderd;
- c. de tank definitief buiten gebruik worden gesteld.
- a. dit terstond door degene die de inrichting drijft, worden gemeld aan het bevoegd gezag;
- b. de in de tank aanwezige vloeistof onmiddellijk en volledig worden verwijderd;
- c. worden nagegaan of bodemverontreiniging is opgetreden.
- a. een KIWA-keurverklaring dan wel een KIWA-garantiemerkverklaring,
- b. een KIWA-installatiecertificaat en
- c. tenzij uit een geldig bodemweerstandsrapport als bedoeld in voorschrift 5.1.4 blijkt dat een kathodische bescherming niet is vereist, de door KIWA of een andere onafhankelijke inspectie-instelling afgegeven bewijzen van de jaarlijkse controle van de goede werking van de kathodische bescherming.
- a. de kadastrale gegevens waar de tank is gelegen met een nadere aanduiding van de situering;
- b. de vloeistoffen die in de tank opgeslagen zijn geweest;
- c. de resultaten van het bodemonderzoek indien dit is uitgevoerd;
- d. indien de tank onklaar gemaakt is, de wijze van het onklaar maken en de toegepaste vulmassa.
- a. de concentratie aan minerale oliën niet hoger is dan 20 mg/l in enig steekmonster, bepaald volgens NEN 6675,
- b. het geen grove bedrijfsafvalstoffen bevat, en
- c. het geen snel bezinkende bedrijfsafvalstoffen bevat met een korreldiameter van meer dan 0,75 mm, bepaald met een testzeef volgens ISO 3310-1, uitgave juli 1990.
- a. werken doelmatig,
- b. voldoen aan NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen,
- c. worden gedimensioneerd, geplaatst, gebruikt en onderhouden overeenkomstig NEN 7089, uitgave 1990 en de daarbij behorende bijlage met de daarop in 1992 en 1993 uitgegeven correctiebladen, en
- d. zijn te allen tijde voor controle bereikbaar.