Art. 6 Regeling valschermspringen, Incidenteel gebruik van een valschermspringgebied
1. De valschermsprong mag slechts worden uitgevoerd gedurende de daglichtperiode, binnen het valschermspringgebied en na uitdrukkelijke toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig.
2. Tijdens de valschermsprong moet:
a. het zicht voldoen aan de geldende minimumwaarden voor VFR-vluchten (zichtweersomstandigheden);
b. tenminste 1,5 km horizontaal van de wolken worden gebleven;
c. voortdurend zicht op grond en water worden behouden.