Art. 5 Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel, Reizen met eigen motorvoertuigen (met machtiging) met uitzondering van bromfietsen

Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel

1. Het gebruik tegen vergoeding van een eigen motorvoertuig met uitzondering van een bromfiets mag, indien voor dit gebruik door het bevoegd gezag machtiging of toestemming is verkregen, tegen vergoeding slechts geschieden indien de dienstreizen, die hiermee worden ondernomen niet of niet doelmatige wijze met openbare middelen van vervoer kunnen worden verricht.

2. Voor het verkrijgen van een machtiging, welke toekenning van een op basis van de kosten van gebruik van een eigen motorvoertuig berekende vergoeding inhoudt, moet worden voldaan aan de voorwaarde dat het belang van de instelling het gebruik van dit eigen vervoermiddel vordert.

3. Indien voor het gebruik van een eigen motorvoertuig machtiging is verleend, bestaat voor dit gebruik, behoudens het bepaalde in artikel 16, aanspraak op vergoeding naar het aantal gereden kilometers, volgens onderstaande tabel.

Aantallen voor de dienst afgelegde kilometers per kalenderjaar

Bedrag in centen per afgelegde kilometer voor het gebruik van een eigen motorvoertuig

1e t/m 10000 km

57 *wordt naar verwachting door de minister van financiën voor het jaar 1994 op dit bedrag vastgesteld

10001e t/m 20000 km

37

20001e en verdere

33

Als aantal gereden kilometers wordt aangemerkt het aantal kilometers—afgerond op het naasthogere gehele getal- langs de kortste gebruikelijke weg gemeten van het punt waar de reis een aanvang nam, langs het reisdoel of de reisdoelen, naar het punt waar de reis eindigde.

4. Zodra de betrokkene wegens verandering van werkzaamheden of om een andere reden geen regelmatig gebruik van een eigen vervoermiddel meer behoeft te maken, vervalt de machtiging als bedoeld in het eerste lid, na afloop van de maand waarin het gebruik of het regelmatig gebruik is geëindigd.