Bijlage III Besluit produktie en handel vers vlees: vakbekwaamheidseisen voor assistenten
Besluit produktie en handel vers vlees
1. Alleen kandidaten die kunnen aantonen dat zij met betrekking tot de in punt 3, a), van deze bijlage vermelde onderwerpen een door Onze Minister erkende theoretische opleiding, inclusief laboratoriumdemonstraties, hebben gevolgd van ten minste 400 uur en een praktijkdiploma onder toezicht van een keuringsdierenarts hebben gehad van ten minste 200 uur, mogen deelnemen aan het in artikel 8, derde lid, van dit besluit bedoelde examen. De praktijkopleiding wordt gegeven in slachthuizen, in uitsnijderijen, in koel- en vrieshuizen en in keuringsposten voor vers vlees. 2. Assistenten die voldoen aan de eisen van bijlage II bij richtlijn 71/118/EEG (PbEG L 55), mogen evenwel een opleidingscursus volgen waarvan het theoretische deel slechts 200 uur beslaat. 3. Het in artikel 8, derde lid, van dit besluit bedoelde examen omvat een theoretisch gedeelte en een praktijkgedeelte en heeft betrekking op de volgende onderwerpen:
- a). theoretisch gedeelte:
- - basiskennis van de anatomie en de fysiologie van geslachte dieren;
- - basiskennis van de pathologie van geslachte dieren;
- - basiskennis van de hygiëne, met name de bedrijfshygiëne, de hygiëne bij het slachten, het uitsnijden en de opslag, en de arbeidshygiëne;
- - kennis van methoden en procedures voor slachting, keuring, bereiding, directe en buitenverpakking en vervoer van vers vlees;
- - kennis van de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die met het verrichten van de werkzaamheden van de assistent verband houden;
- - bemonsteringsprocedures;
- b). praktijkgedeelte:
- - keuring en beoordeling van geslachte dieren;
- - bepaling van de diersoort via onderzoek van de kenmerkende delen van het dier;
- - identificatie van een aantal delen van geslachte dieren waarin veranderingen voorkomen, en commentaar op die delen;
- - keuring na het slachten in het slachthuis;
- - hygiënecontrole;
- - bemonstering.