Bijlage II Besluit produktie en handel vers vlees
Besluit produktie en handel vers vlees
Inrichtingen met een geringe capaciteit moeten ten minste voorzien zijn van: 1. voor lokalen waar vlees wordt verkregen en bewerkt: 2. 3. passende voorzieningen ter bescherming tegen schadelijke dieren zoals insekten of knaagdieren; 4. 5. een koelinstallatie om het vlees constant op de bij deze richtlijn voorgeschreven inwendige temperatuur te houden. Deze installatie moet een afvoersysteem bevatten dat aangesloten is op de afvalwaterleiding en geen gevaar inhoudt voor besmetting van het vlees; 6. een installatie die onder druk een voldoende hoeveelheid van uitsluitend drinkwater in de zin van richtlijn 80/778/EEG kan leveren; bij wijze van uitzondering kan evenwel een installatie met niet-drinkbaar water worden toegelaten voor de produktie van stoom, voor brandbestrijding of voor het koelen van koelinstallaties, op voorwaarde dat de daartoe aangebrachte leidingen het gebruik van dit water voor andere doeleinden onmogelijk maken en geen gevaar voor besmetting van vers vlees opleveren. De leidingen voor niet-drinkbaar water moeten goed kunnen worden onderscheiden van de drinkwaterleidingen; 7. een installatie die warm drinkwater in de zin van richtlijn 80/778/EEG in voldoende hoeveelheden levert; 8. een voorziening voor de hygiënische afvoer van afvalwater; 9. ten minste een wasgelegenheid alsmede toiletten met waterspoeling. Deze laatste mogen geen rechtstreekse toegang tot de werklokalen geven. De wasgelegenheid moet voorzien zijn van koud en warm stromend water of van vooraf op een passende temperatuur gemengd water, van was- en ontsmettingsmiddelen voor de handen alsmede van hygiënische voorzieningen voor het drogen van de handen. De wasgelegenheid moet zich in de nabijheid van de toiletten bevinden. 10. Afgezien van de algemene voorwaarden, moeten slachthuizen met een geringe capaciteit ten minste beschikken over: 11. Het is verboden in het slachtlokaal magen en darmen te ledigen en huiden, horens, klauwen en hoeven en varkenshaar op te slaan. Magen en darmen mo
- a). vloeren uit ondoordringbaar, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal, die niet kunnen rotten, welke vloeren zo moeten zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien; om geuren te voorkomen moet het water worden afgevoerd naar met een rooster bedekte en van stankafsluiting voorziene zinkpunten;
- b). gladde, duurzame en ondoordringbare wanden die van een heldere, afwasbare bekleding zijn voorzien tot een hoogte van ten minste 2 meter en in slachtlokalen tot een hoogte van tenminste 3 meter. Het gebruik van houten wanden in in bijlage I, hoofdstuk III, punt 16, bedoelde lokalen die vóór 1 juli 1991 zijn gebouwd, is echter geen reden voor intrekking van de erkenning;
- c). deuren van reukloos, gemakkelijk te reinigen materiaal dat niet kan rotten. Indien in de betrokken inrichting vlees wordt opgeslagen, moet deze inrichting beschikken over een opslagruimte die aan de hierboven omschreven eisen voldoet;
- d). reukloos isolatiemateriaal dat niet kan rotten.
- e). voldoende luchtverversing en, zo nodig, een goede afvoer van damp;
- f). voldoende verlichting, door daglicht of door kunstlicht, waardoor de kleuren niet worden veranderd;
- a). voldoende voorzieningen, zo dicht mogelijk bij de plaatsen waar arbeid wordt verricht, voor het wassen en ontsmetten van de handen en voor het reinigen van het materieel met warm water. De installaties voor het wassen van de handen moeten voorzien zijn van koud en warm stromend water of van vooraf op een passende temperatuur gemengd water, van was- en ontsmettingsmiddelen alsmede van hygiënische voorzieningen voor het drogen van de handen;
- b). ter plaatse of in een aanpalend lokaal, een voorziening voor het ontsmetten van de werktuigen met water dat een temperatuur moeten hebben van ten minste +82°C;
- a). voorzieningen en werktuigen, zoals tafels voor het uitsnijden, verplaatsbare uitsnijbladen, bakken, transportbanden en zagen van corrosiebestendig materiaal, die het vlees niet kunnen aantasten en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn. Het gebruik van hout is verboden;
- b). corrosiebestendige werktuigen en apparatuur die aan de eisen van de hygiëne voldoen en bestemd zijn voor
- - het interne transport van het vlees,
- - het neerzetten van de bakken die voor het vlees worden gebruikt, op zodanige wijze dat noch het vlees, noch de bakken rechtstreeks met de vloer of wanden in aanraking kunnen komen;
- c). speciale waterdichte bakken van bestendig materiaal, met een deksel en een sluiting om te verhinderen dat onbevoegden er iets uit kunnen nemen, voor het vlees dat niet bestemd is voor menselijke consumptie en dat aan het einde van iedere werkdag moet worden opgehaald of vernietigd;
- a). voldoende stalruimte voor de dieren die de nacht op het terrein van het slachthuis doorbrengen;
- b). een slachtlokaal en, in het licht van de bij het slachten verrichte werkzaamheden, lokalen voor die werkzaamheden die voldoende groot zijn om het werk vanuit hygiënisch oogpunt op bevredigende wijze te laten verlopen;
- c). een duidelijk gescheiden plaats binnen het slachtlokaal voor het bedwelmen en uitbloeden;
- d). in het slachtlokaal, wanden die tot een hoogte van ten minste 3 meter of tot aan het plafond afwasbaar zijn; bij het slachten moeten dampen voldoende afgevoerd worden;
- e). een voorziening voor het ophangen van de dieren na het bedwelmen, zodat het uitslachten zoveel mogelijk aan het vrijhangende dier kan plaatsvinden. Tijdens het uitslachten mag het dier in geen geval in aanraking komen met de vloer;
- f. een koel- of vriesruimte waarvan de capaciteit voldoende groot is in verhouding tot de omvang en de aard van de slachtactiviteiten, met een afgescheiden of afscheidbare zone voor de opslag van in beslag genomen karkassen, behalve in de gevallen waarin de in beslag genomen karkassen onmiddellijk – onder officiële controle – worden verzonden naar een gespecialiseerde inrichting voor bijkomend onderzoek.