Bijlage I Besluit produktie en handel vers vlees
Besluit produktie en handel vers vlees
Inrichtingen moeten ten minste voorzien zijn van: 1. voor lokalen waar vlees wordt verkregen, bewerkt of opgeslagen, alsmede in zones en in gangen waarin vers vlees wordt vervoerd: 2. 3. passende voorzieningen ter bescherming tegen schadelijke dieren zoals insekten of knaagdieren; 4. 5. een koelinstallatie om het vlees constant op de bij dit besluit voorgeschreven inwendige temperatuur te houden. Deze installatie moet een afvoersysteem bevatten waardoor condensatiewater zonder enig gevaar voor besmetting van het vlees kan worden afgevoerd; 6. een installatie die onder druk een voldoende hoeveelheid van uitsluitend drinkwater in de zin van richtlijn 80/778/EEG kan leveren. Bij wijze van uitzondering kan evenwel een installatie met niet-drinkbaar water worden toegelaten voor de produktie van stoom, voor brandbestrijding of voor het koelen van koelinstallaties, op voorwaarde dat de daartoe aangebrachte leidingen het gebruik van dit water voor andere doeleinden onmogelijk maken en geen gevaar voor besmetting van vers vlees opleveren. De leidingen voor niet-drinkbaar water moeten goed kunnen worden onderscheiden van de drinkwaterleidingen; 7. een installatie die warm drinkwater in de zin van richtlijn 80/778/EEG in voldoende hoeveelheden levert; 8. een voorziening voor de afvoer van vloeibare en vaste afvalstoffen, die aan de eisen van de hygiëne voldoet; 9. een adequaat ingericht afsluitbaar lokaal dat uitsluitend ter beschikking van de keurinsdierenarts staat of aangepaste voorzieningen in de in hoofdstuk IV, punt 17, bedoelde koel- en vrieshuizen; 10. voorzieningen die het mogelijk maken de in dit besluit voorgeschreven keuring te allen tijde op doelmatige wijze uit te voeren; 11. een voldoende aantal kleedlokalen, met gladde, ondoordringbare en afwasbare wanden en vloeren, was- en douchegelegenheden, alsmede toiletten met waterspoeling, die zo zijn ingericht dat de reine gedeelten van het gebouw tegen eventuele verontreiniging zijn beschermd. De toiletten mogen geen
- a. vloeren uit ondoordringbaar, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal, die niet kunnen rotten en zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien naar met een rooster bedekte en van stankafsluiting voorziene zinkputten, om geuren te voorkomen. Evenwel
- - wordt voor de in hoofdstuk II, punt 14, d) en f), hoofdstuk III, punt 15, a), en hoofdstuk IV, punt 16, a), bedoelde lokalen niet geëist dat het water wegvloeit naar met een rooster bedekte en van een stankafsluiting voorziene zinkputten, terwijl voor de in punt 16, a), bedoelde lokalen, kan worden volstaan met een inrichting waardoor het water gemakkelijk kan worden afgevoerd;
- - kan in de in hoofdstuk IV, punt 17, a), bedoelde lokalen, alsmede in zones en in gangen waarin vers vlees wordt vervoerd, worden volstaan met vloeren uit ondoordringbaar materiaal die niet kunnen rotten;
- b. gladde, duurzame en ondoordringbare wanden die van een heldere, afwasbare bekleding zijn voorzien tot een hoogte van ten minste 2 meter, maar in slachtlokalen tot ten minste 3 meter, en in koelruimten of opslagruimten ten minste tot de hoogte waarop het vlees wordt opgeslagen. De overgang van vloer naar wanden en de overgang van de wanden onderling moet rond of op een soortgelijke wijze zijn afgewerkt, behalve voor de in hoofdstuk IV, punt 17, a) , bedoelde lokalen. Het gebruik van houten wanden in hoofdstuk IV, punt 17, bedoelde lokalen die vóór 1 januari 1983 zijn ingebouw, is echter geen reden voor intrekking van de erkenning of weigering van de erkenning;
- c. deuren van bestendig materiaal; houten deuren moeten op alle vlakken voorzien zijn van een gladde ondoordringbare bekleding;
- d. reukloos isolatiemateriaal dat niet kan rotten;
- e. voldoende luchtverversing en een goede afvoer van damp;
- f. voldoende verlichting, door daglicht of door kunstlicht, waardoor de kleuren niet worden veranderd;
- g. een schoon en gemakkelijk schoon te houden plafond; bij ontstentenis daarvan moet het binnenoppervlak van de dakbedekking aan deze voorwaarden voldoen;
- a. voldoende voorzieningen, zo dicht mogelijk bij de plaatsen waar de arbeid wordt verricht, voor het wassen en ontsmetten van de handen en voor het reinigen van het materieel met warm water. De kranen mogen niet met de hand kunnen worden bediend. De installaties voor het wassen van de handen moeten voorzien zijn van koud en warm stromend water of van vooraf op een passende temperatuur gemengd water, van was- en ontsmettingsmiddelen alsmede van hygiënische voorzieningen voor het drogen van de handen;
- b. voorzieningen voor het ontsmetten van het gereedschap met water dat een temperatuur moet hebben van ten minste 82°C;
- a. voorzieningen en werktuigen, zoals tafels voor het uitsnijden, verplaatsbare uitsnijbladen, bakken, transportbanden en zagen van corrosiebestendig materiaal, die het vlees niet kunnen aantasten en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn. Oppervlakken die met vlees in aanraking komen of kunnen komen, inclusief lasnaden en voegen, moeten glad worden gehouden. Het gebruik van hout is verboden behalve in lokalen waar zich uitsluitend vers vlees bevindt dat op hygiënische wijze van een eindverpakking is voorzien;
- b. corrosiebestendige werktuigen en apparatuur die aan de eisen van de hygiëne voldoen en bestemd zijn voor:
- - het interne transport van het vlees,
- - het neerzetten van de bakken die voor het vlees worden gebruikt, op zodanige wijze dat noch het vlees, noch de bakken rechtstreeks met de vloer of de wanden in aanraking kunnen komen;
- c. apparatuur voor hygiënisch intern transport en bescherming van het vlees tijdens het laden en lossen, inclusief adequaat ingedeelde en ingerichte aanvoer- en sorteerruimten;
- d. speciale waterdichte bakken van bestendig materiaal, met een deksel en een sluiting om te verhinderen dat onbevoegden er iets uit kunnen nemen, voor vlees dat niet bestemd is voor menselijke consumptie, of een afsluitbaar lokaal voor dit vlees, indien daarvan zo grote hoeveelheden bestaan dat een dergelijk hoeveelheden bestaan dat een dergelijk lokaal noodzakelijk is of indien het niet aan het einde van iedere werkdag wordt opgehaald of vernietigd; wanneer dit vlees door leidingen wordt afgevoerd, moeten deze zodanig zijn gebouwd en geplaatst dat gevaar voor besmetting van vers vlees wordt voorkomen;
- e. voorziening voor de hygiënische opslag van verpakkingsmateriaal, wanneer het vlees in de inrichting wordt voorzien van een onmiddellijke of een eindverpakking;
- a. passende hygiënische stallen voor het onderbrengen van de dieren. Wanden en vloeren moeten duurzaam, ondoordringbaar en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn; deze stallen en terreinen moeten de nodige uitrusting omvatten voor het drenken en, zo nodig, het voederen van de dieren, alsmede een voorziening voor de afvoer van vloeistoffen;
- b. slachtlokalen die voldoende groot zijn om het slachten op bevredigende wijze te laten verlopen. Ingeval men in een slachtlokaal niet alleen varkens maar ook andere dieren slacht, moeten deze slachtlokalen voorzien zijn van een afzonderlijke afdeling voor het slachten van varkens; deze afzonderlijke afdeling is evenwel niet absoluut noodzakelijk indien de varkens en de andere dieren niet terzelfder tijd worden geslacht; in dat geval moet het broeien, ontharen, afschrappen en afschroeien evenwel geschieden in afzonderlijke afdelingen die duidelijk zijn gescheiden van de slachtlijn, hetzij door een vrije ruimte van ten ministe 5 meter, hetzij door een afscheiding van ten minste 3 meter hoogte;
- c. voldoende grote afzonderlijke lokalen die uitsluitend mogen worden gebruikt
- - voor het ledigen, schoonmaken en bijsnijden van magen en darmen Een dergelijk afzonderlijk lokaal is evenwel niet noodzakelijk wanneer de magen in gesloten circuit worden behandeld met mechanische apparatuur die voorzien is van een passende ventilatie en die aan de volgende eisen voldoet:
- i). de apparatuur moet zodanig worden geplaatst en opgesteld dat het scheiden van de ingewanden van de maag en het ledigen en schoonmaken van de maag op hygiënische wijze plaatsvinden. Zij moet op een speciale plaats komen die duidelijk van het onbeschermde verse vlees gescheiden is door een tussenwand die vanaf de grond ten minste 3 meter hoog is en die de ruimte waar deze handelingen plaatsvinden, omgeeft indien deze handelingen in het slachthuis plaatsvinden. Bovendien geldt voor varkens deze eis voor zover dat nodig is om verontreiniging van vers vlees en slachtafvallen te voorkomen;
- ii). door de vormgeving en de werking van de machine moet besmetting van het verse vlees op doeltreffende wijze worden voorkomen;
- iii). een inrichting voor het afzuigen van lucht moet zodanig zijn geplaatst en zodanig werken dat de geuren en het risico voor besmetting door aërosolen worden uitgeschakeld;
- iv). de machine moet voorzien zijn van een inrichting waarmee het afvalwater en de inhoud van de magen in gesloten circuit naar het afvoersysteem kunnen worden afgevoerd;
- v). het circuit dat door de magen wordt gevolgd naar en van het apparaat moet duidelijk gescheiden en verwijderd zijn van het circuit van het overige verse vlees. De magen moeten onmiddellijk na lediging en schoonmaken op hygiënische wijze worden weggevoerd;
- vi). het personeel dat het overige verse vlees hanteert mag de magen niet hanteren. Het personeel dat de magen hanteert, mag geen toegang hebben tot het overige verse vlees;
- - voor het verder verwerken van darmen en pensen indien dit in het slachthuis plaatsvindt; deze werkzaamheden mogen echter ook in het in het eerste streepje bedoelde lokaal worden uitgevoerd, mits kruisbesmetting wordt voorkomen;
- - voor de bereiding en het schoonmaken van andere slachtafvallen dan die genoemd onder bovenstaande streepjes, inclusief een afzonderlijke ruimte om de koppen voldoende gescheiden te houden van de andere slachtafvallen, voor zover deze bewerkingen worden uitgevoerd in het slachthuis maar niet op de slachtlijn;
- - voor het opslaan van huiden, horens, klauwen en hoeven en varkenshaar, indien deze produkten niet onmiddellijk op de dag van het slachten zelf uit het slachthuis worden verwijderd, in gesloten, hermetische containers in afwachting van hun ophaling;
- d. een afzonderlijke ruimte voor het aanbrengen van de eindverpakking van de slachtafvallen, indien die in het slachthuis van een eindverpakking worden voorzien;
- e. afsluitbare stallen uitgerust met een apart afvoersysteem, voor het onderbrengen van zieke of van ziekte verdachte dieren; afsluitbare lokalen voor de opslag van voor een nader besluit aangehouden vlees en van ongeschikt voor menselijke consumptie verklaard vlees;
- f. voldoende grote koel- of vriesruimten met corrosiebestendige voorzieningen die zo zijn ontworpen dat vers vlees niet in aanraking komt met de vloer of de wanden wanneer het wordt vervoerd en opgeslagen;
- g. een voorziening die het mogelijk maakt toezicht uit te oefenen op het binnenkomen en het verlaten van het slachthuis;
- h. een duidelijke scheiding tussen de onreine en de reine zone, ten einde deze laatste te beschermen tegen iedere vorm van verontreiniging;
- i. een voorziening voor het ophangen van de dieren na het bedwelmen, zodat het uitslachten zoveel mogelijk aan het vrijhangende dier kan plaatsvinden; tijdens het uitslachten mag het dier in geen geval in aanraking komen met de vloer;
- j. een hangbaan voor het interne transport van het vlees;
- k. voor zover op het terrein van het slachthuis mest wordt opgeslagen, een speciaal hiervoor ingerichte plaats;
- l. een lokaal met adequate voorzieningen om een onderzoek op trichinen te kunnen uitvoeren, voor zover een dergelijk onderzoek in de inrichting wordt verricht.
- a. voldoende grote koel- of vriesruimten voor de bewaring van het vlees en, wanneer in de inrichting vlees in eindverpakking wordt opgeslagen, een koel- of vriesruimte voor dat vlees; vlees dat niet van een eindverpakking is voorzien mag pas in een dergelijke koel- of vriesruimte worden opgeslagen nadat deze gereinigd en ontsmet is;
- b. een lokaal voor het uitsnijden, uitbenen en onmiddellijk verpakken, voorzien van een zelfregistrerende thermometer of telethermometer;
- c. een lokaal voor het aanbrengen van de eindverpakking indien dit in de uitsnijderij geschiedt, tenzij voldaan is aan de voorwaarden van hoofdstuk XII, punt 63;
- d. een lokaal voor het opslaan van materiaal voor onmiddellijke en eindverpakking, indien dit in de uitsnijderij geschiedt.
- a. voldoende grote koel- en vriesruimten, die gemakkelijk kunnen worden gereinigd en waarin vers vlees kan worden opgeslagen bij de in punt 65, eerste alinea, voorgeschreven temperaturen;
- b. een zelfregistrerende thermometer of telethermometer in of voor elke opslagruimte. 17. Afgezien van de algemene voorwaarden moeten koel- en vrieshuizen waar vers vlees wordt opgeslagen zoals omschreven in hoofdstuk XIII, punt 65, vierde alinea, ten minste beschikken over:
- a. voldoende grote koel- en vriesruimten, die gemakkelijk kunnen worden gereinigd en waarin vers vlees kan worden opgeslagen bij de in punt 65, negende volzin, voorgeschreven temperaturen;
- b. een zelfregistrerende thermometer of telethermometer in of voor elke opslagruimte.
- a. Het personeel dat onverpakt of van een onmiddellijke verpakking voorzien vers vlees hanteert of dat werkzaam is in lokalen of zones waar dergelijk vlees wordt gehanteerd, van een eindverpakking wordt voorzien of wordt vervoerd, dient in het bijzonder schone en gemakkelijk te reinigen hoofddeksels en schoeisel, lichtkleurige werkkleding en, zo nodig, een nekbeschermer of andere beschermende kleding te dragen. Het bij het slachten der dieren en bij het bewerken of hanteren van vers vlees betrokken personeel moet bij het begin van elke werkdag schone werkkleding dragen en deze kleding zo nodig in de loop van de dag verschonen. Voorts moet het personeel verscheidene malen en telkens vóór de hervatting der werkzaamheden zijn handen wassen en ontsmetten. Personen die met zieke dieren of besmet vlees in aanraking zijn gekomen, dienen onverwijld handen en armen grondig met warm water te wassen en te ontsmetten. In de werklokalen en opslagruimten, de laad-, aanvoer-, sorteer- en loszones, alsmede in andere zones en in gangen waar vers vlees wordt vervoerd, mag niet worden gerookt;
- b. geen enkel dier mag een inrichting binnenkomen; dit geldt niet voor slachthuizen ten aanzien van voor de slacht bestemde dieren, alsmede, voor het terrein van genoemde slachthuizen, ten aanzien van dieren die voor het functioneren van het slachthuis noodzakelijk zijn. Knaagdieren, insekten en ander ongedierte moeten stelselmatig worden verdelgd;
- c. materieel en instrumenten die bij de bewerking van vers vlees worden gebruikt, dienen in een goede staat van onderhoud en reinheid te worden gehouden. Zij moeten verscheidene malen per werkdag, bij het einde van de dagelijkse werkzaamheden en alvorens opnieuw te worden gebruikt nadat zij zijn verontreinigd, zorgvuldig worden gereinigd en ontsmet.
- - materieel voor het vervoer, dat gebruikt wordt in de in punt 17, a., bedoelde ruimten, wanneer het vlees van een eindverpakking voorzien is,
- - het uitsnijden van vlees en pluimvee of van ander vlees van wild of konijnen of het bereiden van vleesbereidingen, voor zover zulks geschiedt op een ander ogenblik dan het uitsnijden van vers vlees of van het in de eerste alinea bedoelde vlees van gekweekt wild en voor zover de uitsnijruimte volledig gereinigd en ontsmet wordt alvorens zij opnieuw wordt gebruikt voor het uitsnijden van vers vlees of vlees van gekweekt wild. Werktuigen voor het uitsnijden van vlees mogen enkel en alleen daartoe worden gebruikt.
- a. De keuringsdierenarts dient de keuring vóór het slachten naar goed diergeneeskundig gebruik en bij voldoende belichting uit te voeren.
- b. De keuringsdierenarts dient voor bij het slachthuis afgeleverde dieren te controleren of de communautaire voorschriften inzake het welzijn van dieren zijn nageleefd.
- a. of de dieren lijden aan een ziekte die besmettelijk is voor mens of dier dan wel of de aanwezige verschijnselen of de algemene gezondheidstoestand van het dier het uitbreken van een dergelijke ziekte doen vrezen;
- b. of de dieren verschijnselen van een ziekte of een storing van de algemene gezondheidstoestand vertonen, waardoor het vlees ongeschikt kan worden voor menselijke consumptie; bij de keuring moet ook worden gelet op eventuele tekenen die erop wijzen dat aan de dieren stoffen met een farmacologische werking zijn toegediend, dan wel dat de dieren andere stoffen hebben verbruikt die het vlees schadelijk voor de gezondheid van de mens kunnen maken;
- c. of de dieren vermoeid, zeer onrustig of gewond zijn.
- a. Vermoeide of zeer onrustige dieren moeten ten minste 24 uur rust krijgen, behalve wanneer de keuringsdierenarts anders besluit.
- b. Dieren waarbij één van de in punt 27, a of b, bedoelde ziekten is gediagnostiseerd, mogen niet worden geslacht voor menselijke consumptie.
- c. Het slachten van dieren waarvan wordt vermoed dat zij aan één van de in punt 27, a en b, bedoelde ziekten lijden, moet worden uitgesteld. Deze dieren moeten, met het oog op een diagnose, grondig worden onderzocht. Wanneer, met het oog op een diagnose, keuring na het slachten nodig is, eist de keuringsdierenarts dat deze dieren in een op grond van artikel 9, tweede lid, erkende inrichtingen worden geslacht. Deze dieren moeten een grondige keuring na het slachten ondergaan, en deze keuring wordt indien de keuringsdierenarts zulks ter bevestiging noodzakelijk acht, aangevuld met een passend bacteriologisch onderzoek en het opsporen van residuen van stoffen met farmacologische werking waarvan kan worden verondersteld dat zij zijn toegediend gelet op de waargenomen ziektetoestand van het dier.
- a. De dieren worden goed uitgebloed.
- b. Bloed wordt op voldoende hygiënische wijze opgevangen.
- c. Bij het opvangen van voor menselijke consumptie bestemd bloed wordt besmetting van dit bloed met micro-organismen zo veel mogelijk voorkomen.
- d. Met inachtneming van b en c wordt voor menselijke consumptie bestemd bloed opgevangen:
- – hetzij van elk slachtdier afzonderlijk in een hiervoor geschikt, volmaakt rein vat van niet-corroderend materiaal, dat bij het slachtdier blijft totdat de keuring is beëindigd,
- – hetzij van een aantal slachtdieren van eenzelfde soort, tot een door Onze Minister vast te stellen maximum in een hiervoor geschikt, volmaakt rein vat van niet-corroderend materiaal, waarin het bloed van deze slachtdieren tot aan de keuringsbeslissing identificeerbaar blijft, als zijnde afkomstig van die dieren.
- e. Bloed bestemd voor menselijke consumptie wordt niet met de hand geklopt, maar uitsluitend met instrumenten die voldoen aan hygiënische eisen.
- f. Met inachtneming van b wordt bloed dat niet is bestemd voor menselijke consumptie opgevangen in een waterdichte verzameltank of -vat.
- g. De afvoer en het bewaren van bloed dat niet is bestemd voor menselijke consumptie geschiedt duidelijk herkenbaar en gescheiden van bloed dat wel is bestemd voor menselijke consumptie.
- a. een visueel onderzoek van het geslachte dier en de daarbij behorende organen;
- b. palpatie van de in punt 41 bedoelde organen en, indien de keuringsdierenarts zulks nodig acht, van de baarmoeder;
- c. het insnijden van organen en lymfklieren en, rekening houdend met de conclusies van keuringsdierenarts, van de baarmoeder. Indien een dier bij het visueel onderzoek of bij het palperen van bepaalde organen laesies blijkt te vertonen die aanleiding zouden kunnen geven tot besmetting van karkassen, apparatuur, personeel of lokalen, mag op deze organen geen insnijding worden verricht in het slachtlokaal of in enig ander gedeelte van de inrichting waar vers vlees kan worden besmet;
- d. een onderzoek naar afwijkingen in de consistentie, de kleur, de geur en, eventueel, de smaak;
- e. indien nodig een laboratoriumonderzoek, waarbij met name onderzoek wordt ingesteld naar de in artikel 5, eerste lid, onder j) en k) bedoelde stoffen.
- A. bij runderen ouder dan zes weken:
- a. visueel onderzoek van de kop en de keel. De lymfklieren voor en achter in de keelholte, alsmede de oorspeeksellymfklieren (Lnn. retropharyngiales, mandibulares et parotidei) moeten worden ingesneden en onderzocht. De uitwendige kauwspieren, waarin twee parallel met de onderkaak lopende sneden moeten worden aangebracht, en de inwendige kauwspieren, waarin een vlakke snede moet worden aangebracht, moeten worden onderzocht. Nadat de tong zo ver is losgesneden dat een nauwkeurig visueel onderzoek van mond- en keelholte mogelijk is, wordt zij visueel onderzocht en gepalpeerd. De tonsillen moeten worden verwijderd;
- b. onderzoek van de luchtpijp; visueel onderzoek en palpatie van de longen en de slokdarm. De lymfklieren aan de bronchiën (Lnn. bifurcationes, eparteriales) en aan het borstvlees (Lnn. mediastinales) moeten worden ingesneden en onderzocht. In de luchtpijp en de voornaamste vertakkingen van de bronchiën moet een overlangse snede worden aangebracht en in het onderste derde gedeelte van de longen dient een dwarssnede te worden aangebracht door de voornaamste vertakkingen van de luchtpijp; deze insnijdingen zijn evenwel niet vereist wanneer de longen van menselijke consumptie uitgesloten zijn;
- c. visueel onderzoek van het hartzakje en het hart; in het hart dient een overlangse snede te worden aangebracht, waardoor de beide kamers worden geopend en hun scheidingswand wordt ingesneden;
- d. visueel onderzoek van het middenrif;
- e. visueel onderzoek en palpatie van de lever en de lymfklieren aan de lever en aan de alvleesklier (Lnn. portales); een insnijding aan de maagzijde van de lever en een insnijding aan de basis van de Spiegelse kwab voor onderzoek van de galwegen. Keuring en palpatie van de lymfklieren aan de alvleesklier;
- f. visueel onderzoek van het maag-darmkanaal, het mesenterium, de lymfklieren behorende bij de magen (Lnn. gastrici) en die behorende bij het darmkanaal (Lnn. mesenterici, craniales et caudales); palpatie van de lymfklieren behorende bij de magen en het darmkanaal en, indien nodig, insnijding van deze lymfklieren;
- g. visueel onderzoek, en indien nodig, palpatie van de milt;
- h. visueel onderzoek van de nieren en, indien nodig, insnijding van de nieren en hun lymfklieren (Lnn. renales);
- i. visueel onderzoek van het borstvlies en het buikvlies;
- j. visueel onderzoek van de geslachtsorganen;
- k. visueel onderzoek en, indien nodig, palpatie en insnijding van de uier en zijn lymfklieren (Lnn. supramammarii); bij koeien dient elke helft van de uier door een lange en diepe snede tot de melkboezem (sinus lactiferes) te worden geopend en moeten de lymfklieren van de uier worden ingesneden, behalve indien hij van menselijke consumptie uitgesloten is;
- B. bij runderen van minder dan zes weken:
- a. visueel onderzoek van de kop en de keel. De lymfklieren achter in de keelholte (Lnn. retropharyngiales) moeten worden ingesneden en onderzocht. De mond- en keelholte moet worden onderzocht en de tong moet worden gepalpeerd. De tonsillen moeten worden verwijderd;
- b. visueel onderzoek van de longen, de luchtpijp en de slokdarm; palpatie van de longen. De lymfklieren aan de bronchiën (Lnn. bifurcationes, eparteriales) en aan het borstvlees (Lnn. mediastinales) moeten worden ingesneden en onderzocht. In de luchtpijp en de voornaamste vertakkingen van de bronchiën moet een overlangse snede worden aangebracht en in het onderste derde gedeelte van de longen dient een dwarssnede te worden aangebracht door de voornaamste vertakkingen van de luchtpijp; deze insnijdingen zijn evenwel niet vereist wanneer de longen van menselijke consumptie uitgesloten zijn;
- c. visueel onderzoek van het hartzakje en het hart; in het hart dient een overlangse snede te worden aangebracht waardoor de beide kamers worden geopend en hun scheidingswand wordt ingesneden;
- d. visueel onderzoek van het middenrif;
- e. visueel onderzoek van de lever en de lymfklieren aan de lever en aan de alvleesklier (Lnn. portales); palpatie en, indien nodig, insnijding van de lever en de lymfklieren aan de lever;
- f. visueel onderzoek van het maag-darmkanaal, het mesenterium, de lymfklieren behorende bij de magen (Lnn. gastrici) en die behorende bij het darmkanaal (Lnn. mesenterici, craniales et caudales); palpatie van de lymfklieren behorende bij de magen en het darmkanaal en, indien nodig, insnijding van die lymfklieren;
- g. visueel onderzoek en, indien nodig, palpatie van de milt;
- h. visueel onderzoek van de nieren en, indien nodig, insnijding van de nieren en hun lymfklieren (Lnn. renales);
- i. visueel onderzoek van het borstvlies en het buikvlies;
- j. visueel onderzoek en palpatie van de navelstreek en de gewrichten. Bij twijfel moet een insnijding in de navelstreek worden aangebracht en moeten de gewrichten worden opengesneden. Het gewrichtsvocht moet worden onderzocht.
- C. bij varkens:
- a. visueel onderzoek van de kop en de keel. De lymfklieren van de onderkaak (Lnn. mandibulares) moeten worden onderzocht en ingesneden. De mond, de keelholte en de tong moeten visueel worden onderzocht. De tonsillen moeten worden verwijderd;
- b. visueel onderzoek van de longen, de luchtpijp en de slokdarm; palpatie van de longen en van de lymfklieren aan de bronchiën (Lnn. bifurcationes, eparteriales) en aan het borstvlees (Lnn. mediastinales). In de luchtpijp en de voornaamste vertakkingen van de bronchiën moet een overlangse snede worden aangebracht en in het onderste derde gedeelte van de longen dient een dwarssnede te worden aangebracht door de voornaamste vertakkingen van de luchtpijp; deze insnijdingen zijn evenwel niet vereist wanneer de longen van menselijke consumptie uitgesloten zijn;
- c. visueel onderzoek van het hartzakje en het hart; in het hart dient een overlangse snede te worden aangebracht waardoor de beide kamers worden geopend en hun scheidingswand wordt ingesneden;
- d. visueel onderzoek van het middenrif;
- e. visueel onderzoek van de lever en de lymfklieren aan de lever en aan de alvleesklier (Lnn. portales); palpatie van de lever en de lymfklieren aan de lever;
- f. visueel onderzoek van het maag-darmkanaal, het mesenterium, de lymfklieren behorende bij de magen (Lnn. gastrici) en die behorende bij het darmkanaal (Lnn. mesenterici, craniales et caudales); palpatie van die lymfklieren;
- g. visueel onderzoek en, indien nodig, palpatie van de milt;
- h. visueel onderzoek van de nieren; indien nodig, insnijding van de nieren en hun lymfklieren (Lnn. renales);
- i. visueel onderzoek van het borstvlies en het buikvlies;
- j. visueel onderzoek van de geslachtsorganen;
- k. visueel onderzoek van de uier en de lympklieren daarvan (Lnn. supramammarii); bij zeugen moeten de lymfklieren van de uier worden ingesneden;
- l. visueel onderzoek en palpatie van de navelstreek en de gewrichten bij jonge dieren. Bij twijfel moet de navelstreek worden ingesneden en moeten de gewrichten worden opengesneden;
- D. bij schapen en geiten:
- a. visueel onderzoek van de kop na verwijdering van de huid en, bij twijfel, onderzoek van de keel, de mond, de tong, de lymfklieren achter in de keelholte en de oorspeeksellymfklieren. Onverminderd veterinairrechtelijke voorwaarden, is dit onderzoek niet nodig indien de kop, daarbij inbegrepen de tong en de hersenen, van menselijke consumptie is uitgesloten;
- b. visueel onderzoek van de longen, de luchtpijp en de slokdarm; palpatie van de longen en van de lymfklieren aan de bronchiën (Lnn. bifurcationes, eparteriales) en aan het borstvlees (Lnn. mediastinales). Bij twijfel moeten deze organen en lymfklieren worden ingesneden en onderzocht.
- c. visueel onderzoek van het hartzakje en het hart. Bij twijfel moet het hart worden ingesneden en onderzocht;
- d. visueel onderzoek van het middenrif;
- e. visueel onderzoek van de lever en de lymfklieren aan de lever en aan de alvleesklier (Lnn. portales); palpatie van de lever en de lymfklieren aan de lever; insnijding aan de maagzijde van de lever voor onderzoek van de galwegen;
- f. visueel onderzoek van het maag-darmkanaal, het mesenterium, de lymfklieren behorende bij de magen (Lnn. gastrici) en die behorende bij het darmkanaal (Lnn. mesenterici, craniales et caudales);
- g. visueel onderzoek en, indien nodig, palpatie van de milt;
- h. visueel onderzoek van de nieren; indien nodig insnijding van de nieren en hun lymfklieren (Lnn. renales);
- i. visueel onderzoek van het borstvlies en het buikvlies;
- j. visueel onderzoek van de geslachtsorganen;
- k. visueel onderzoek van de uier en zijn lymfklieren;
- l. visueel onderzoek en palpatie van de navelstreek en de gewrichten bij jonge dieren. Bij twijfel moet de navelstreek worden ingesneden en moeten de gewrichten worden opengesneden;
- E. bij eenhoevige landbouwhuisdieren:
- a. visueel onderzoek van de kop en, na lossnijden van de tong, de keel. De lymfklieren voor en achter in de keelholte, alsmede de oorspeeksellymfklieren (Lnn. retropharyngiales, mandibulares et parotidei) moeten worden gepalpeerd en, indien nodig, worden ingesneden. Nadat de tond zo ver is losgesneden dat een nauwkeurig onderzoek van mond- en keelholte mogelijk is, wordt zij visueel onderzocht en gepalpeerd. De tonsillen moeten worden verwijderd;
- b. visueel onderzoek van de longen, de luchtpijp en de slokdarm; palpatie van de longen. De lymfklieren aan de bronchiën (Lnn. bifurcationes, eparteriales) en aan het borstvlees (Lnn. mediastinales) moeten worden gepalpeerd en, indien nodig, worden ingesneden. In de luchtpijp en de voornaamste vertakkingen van de bronchiën moet een overlangse snede worden aangebracht en in het onderste derde gedeelte van de longen dient een dwarssnede te worden aangebracht door de voornaamste vertakkingen van de luchtpijp; deze insnijdingen zijn evenwel niet vereist wanneer de longen van menselijke consumptie uitgesloten zijn;
- c. visueel onderzoek van het hartzakje en het hart; in het hart dient een overlangse snede te worden aangebracht waardoor de beide kamers worden geopend en de scheidingswand ervan wordt ingesneden;
- d. visueel onderzoek van het middenrif;
- e. visueel onderzoek van de lever en de lymfklieren aan de lever en aan de alvleesklier (Lnn. portales); palpatie van de lever en de lymfklieren aan de lever; indien nodig, insnijding van de lever en van de lymfklieren aan de lever en aan de alvleesklier;
- f. visueel onderzoek van het maag-darmkanaal, het mesenterium, de lymfklieren behorende bij de magen (Lnn. gastrici) en die behorende bij het darmkanaal (Lnn. mesenterici, craniales et caudales); indien nodig, insnijding van die lymfklieren;
- g. visueel onderzoek en, indien nodig, palpatie van de milt;
- h. visueel onderzoek en palpatie van de nieren; indien nodig, insnijding van de nieren en hun lymfklieren (Lnn. renales);
- i. visueel onderzoek van het borstvlies en het buikvlies;
- j. visueel onderzoek van de geslachtsorganen van hengsten en merries;
- k. visueel onderzoek van de uier en zijn lymfklieren (Lnn. supramammarii); indien nodig, insnijding van de lymfklieren van de uier;
- l. visueel onderzoek en palpatie van de navelstreek en de gewrichten bij jonge dieren. Bij twijfel moet de navelstreek worden ingesneden en moeten de gewrichten worden opengesneden;
- m. onderzoek bij alle grijze of witte paarden op melanose en melanomata; dat onderzoek betreft de spieren en de lymfklieren van de schouders (Lnn. subrhomboidei) onder het kraakbeen van het schouderblad, waarbij een schouder wordt losgemaakt. De nieren moeten worden vrijgemaakt en volledig worden ingesneden voor onderzoek;
- F. bij twijfel de betrokken delen van de dieren verder uitsnijden en onderzoeken ten einde een definitieve diagnose te kunnen stellen. Wanneer de keuringsdierenarts een duidelijke overtreding van de in dit hoofdstuk vastgestelde voorschriften inzake hygiëne of een belemmering van een adequate keuring constateert, is hij gemachtigd om in te grijpen in het gebruik van apparatuur of lokalen en om alle nodige maatregelen te treffen, zelfs om het produktietempo te vertragen of het produktieproces tijdelijk stil te leggen;
- G. op bovengenoemde lymfklieren, die moeten worden ingesneden, moeten systematisch veelvuldige insnijdingen worden aangebracht; zij moeten visueel worden onderzocht.
- A. De keuringsdierenarts dient bovendien systematisch te verrichten:
- 1. een onderzoek op cysticercose bij varkens. Dit onderzoek omvat het onderzoek van de zichtbare spieroppervlakten, in het bijzonder de spieren aan het platte deel van de schenkel, de pijlers van het middenrif, de tussenribspieren, het hart, de tong en het strottehoofd en zo nodig de buikwand en de van vetweefsels ontdane grote lendespieren;
- 2. een onderzoek op malleus bij eenhoevigen, door zorgvuldig onderzoek van de slijmvliezen van de luchtpijp, het strottehoofd, de neusholten, de sinussen en de vertakkingen ervan, nadat de kop overlangs middendoor is gepleten en de scheidingswand in de neus is verwijderd;
- 3. een onderzoek op trichinen bij vers vlees van varkens en paarden dat dwarsgestreepte spieren bevat. Dit onderzoek vindt plaats volgens wetenschappelijk erkende en in de praktijk beproefde methoden, met name de methoden welke in communautaire richtlijnen of in andere internationale normen zijn neergelegd. De resultaten moeten worden beoordeeld aan de hand van een door onze minister vastgestelde referentiemethode.
- B. De resultaten van de keuringen vóór en na het slachten worden door de keuringsdierenarts geregistreerd en indien een voor de mens besmettelijke ziekte wordt gediagnostiseerd, doorgegeven aan de veterinaire hoofdinspecteur.
- a). het verse vlees moet volgens de behoeften in de in hoofdstuk III, punt 15, b), bedoelde lokalen worden binnengebracht. Zodra het uitsnijden en eventueel de eindverpakking hebben plaatsgehad, moet het vlees worden vervoerd naar passende koel- of vriesruimte als bedoeld in hoofdstuk III, punt 15, a).
- b). Vlees dat in een uitsnijlokaal wordt binnengebracht moet worden gecontroleerd en zo nodig worden bijgesneden. De werkplek voor deze taak moet zijn uitgerust met passende voorzieningen en voldoende verlichting.
- c). Tijdens het uitsnijden, het uitbenen, de directe en de eindverpakking moet het vlees constant op een inwendige temperatuur worden gehouden van niet meer dan +7°C. Tijdens het uitsnijden mag de temperatuur in het uitsnijlokaal niet hoger zijn dan +12°C. Tijdens het uitsnijden, de onmiddellijke en de eindverpakking moeten de levers bij voortduring op een inwendige temperatuur van niet meer dan +3°C worden gehouden. Tijdens het uitsnijden, het uitbenen, het in plakjes en in blokjes snijden, de onmiddellijke en de eindverpakking moeten levers, nieren en vlees van koppen permanent op een temperatuur worden gehouden van niet meer dan +3°C.
- d). In afwijking van de punten a) en c) mag het vlees warm worden uitgesneden. In dat geval moet het vlees rechtstreeks worden vervoerd van het slachtlokaal naar het uitsnijlokaal. Het slachtlokaal en het uitsnijlokaal moeten dan voldoende dicht bij elkaar liggen, in hetzelfde gebouwencomplex, want het uit te snijden vlees moet zonder overlading van het ene lokaal naar het andere worden gebracht en het uitsnijden moet onmiddelijk geschieden. Zodra het uitsnijden en eventueel de eindverpakking hebben plaatsgehad, moet het vlees worden vervoerd naar een daarvoor bestemde koel- of vriesruimte.
- e). Het uitsnijden moet zodanig worden verricht dat iedere verontreiniging van het vlees wordt voorkomen. Beensplinters en bloedklonters moeten worden verwijderd. Uitgesneden vlees dat niet bestemd is voor menselijke consumptie, moet onmiddellijk worden bijeengebracht in de in punt 4, d), bedoelde apparatuur, bakken of lokalen.
- - het controleren van het binnenkomende en uitgaande verse vlees,
- - de keuring van het vlees dat aanwezig is in de inrichtingen als bedoeld in punt 47,
- - de keuring van vers vlees vóór het uitsnijden en bij de afvoer uit de in punt 47 bedoelde inrichtingen,
- - het controleren van de reinheid van de lokalen, installaties en werktuigen, bedoeld in hoofdstuk V, alsmede van de hygiëne van het personeel, inclusief de kleding,
- - elke andere controle die hij nuttig acht voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit besluit.
- a. het aanbrengen van het keurmerk;
- b. de stempels en het materiaal voor onmiddellijke verpakking indien het overeenkomstig punt 50 voorzien is van een keurmerk.
- a). een ovaal stempel van ten minste 6,5 cm breed en ten minste 4,5 cm hoog. Op het stempel moeten duidelijk leesbaar de volgende aanduidingen voorkomen:
- - in het bovenste gedeelte, het kenteken NL, gevolgd door het toelatingsnummer van de inrichting,
- - in het onderste gedeelte de afkorting EEG of EVA;
- b). een ovaal stempel van ten minste 6,5 cm breed en ten minste 4,5 cm hoog. Op het stempel moeten duidelijk leesbaar de volgende aanduidingen voorkomen: Voor het keurmerk op lammeren, jonge geiten, en biggen mogen de afmetingen en de letters van het stempel kleiner zijn. 51. Karkassen worden overeenkomstig punt 50 gemerkt met een inkt- of brandstempel: 52. De levers van runderen, varkens en eenhoevigen worden overeenkomstig punt 50 gemerkt met een brandstempel. 53. De andere, voor menselijke consumptie geschikte bijprodukten van de slacht worden onmiddellijk overeenkomstig punt 50 of zelf of op de onmiddellijke of op de eindverpakking gemerkt. Het in punt 50 bedoelde stempel wordt op een aan de onmiddellijke of eindverpakking bevestigd of op de eindverpakking gedrukt etiket aangebracht. Indien de onmiddellijke verpakking of de eindverpakking in een slachthuis plaatsvindt, vermeldt dit stempel bovendien het toelatingsnummer van het slachthuis. 54. De eindverpakking wordt gemerkt overeenkomstig punt 55. 55. De in punt 52 en punt 53 bedoelde uitgesneden delen en slachtafvallen in eindverpakking worden overeenkomstig punt 50 voorzien van een stempel waarop in plaats van het toelatingsnummer van het slachthuis, het toelatingsnummer van de uitsnijderij voorkomt, en wel op een etiket dat zodanig op de eindverpakking is bevestigd of gedrukt dat het bij openen van de eindverpakking wordt vernietigd. Niet-vernietiging van het stempel wordt alleen gedoogd wanneer de eindverpakking wordt vernietigd zodra ze wordt geopend. Bij uitgesneden delen en slachtafvallen in onmiddellijke verpakking overeenkomstig hoofdstuk XII, punt 62, mag het bovengenoemde etiket op de onmiddellijke verpakking worden bevestigd. Indien de slachtafvallen van een eindverpakking zijn voorzien in een slachthuis, vermeldt het stempel bovendien het toelatingsnummer van het slachthuis. Deze eis geldt ook wanneer Eurobakken worden gebruikt die voldoen aan het bepaalde in punt 59, onder b. 56. Voor vers vlees in onmiddellijke verpakking in handelsporties die bestemd zijn voor rechtstreekse verkoop aan de consument gelden de punten 53 en 55. De in punt 50 vermelde afmetingen gelden niet voor het in het onderhavige punt bedoelde merkteken. Wanneer het vlees in een andere inrichting dan waar het van een onmiddellijke verpakking voorzien is, van een nieuwe eindverpakking wordt voorzien, wordt op de onmiddellijke verpakking het keurmerk vermeld van de erkende uitsnijderij waar het vlees van een onmiddellijke verpakking is voorzien, en wordt op de eindverpakking het keurmerk van het herverpakkingscentrum vermeld. 57. Vlees van eenhoevigen en de eindverpakking daarvan moeten zijn voorzien van een door onze minister vastgesteld merk. 58. De voor het stempelen gebruikte kleurstoffen moeten door onze minister zijn toegelaten.
- - in het bovenste gedeelte, de naam HOLLAND in hoofdletters,
- - in het midden het toelatingsnummer van de inrichting,
- - in het onderste gedeelte de afkorting EEG of EVA. De letters dienen ten minste 0,8 cm en de cijfers ten minste 1 cm hoog te zijn. Het keurmerk bevat voorts een aanduiding aan de hand waarvan het mogelijk is de keuringsdierenarts die de keuring van het vlees heeft verricht, te identificeren.
- - karkassen met een gewicht van meer dan 65 kilogram dienen op iedere helft ten minste op de volgende plaatsen te worden gemerkt: de buitenzijde van de dij, de lenden, de rug, de borst en de schouder;
- – karkassen van lammeren, jonge geiten en biggen worden ten minste twee maal gemerkt op elke zijde van het karkas, op de schouder of op de buitenzijde van de dijen;
- - de overige karkassen moeten ten minste vier maal worden gemerkt, namelijk op de schouders en op de buitenzijde van de dijen;
- – karkassen van lammeren, jonge geiten en biggen mogen ook worden gemerkt met een etiket of een plaatje mits deze maar één maal kunnen worden gebruikt.
- a). De eindverpakking (bij voorbeeld kisten, kartonnen dozen) moet aan alle regels van de hygiëne voldoen, met name: Het gebruik van hout is verboden, behalve voor karkassen van lammeren en jonge geiten op voorwaarde dat alle mogelijke voorzorgsmaatregelen zijn genomen om te voorkomen dat het vlees bij het scheuren van de onmiddellijke verpakking met de eindverpakking in aanraking komt;
- - mag zij geen verandering kunnen brengen in de organoleptische eigenschappen van het vlees;
- - mag zij geen voor de gezondheid van de mens schadelijke stoffen op het vlees kunnen overbrengen;
- - moet zij voldoende stevig zijn om het vlees tijdens het vervoer en bij het hanteren een doeltreffende bescherming te bieden.
- b). de eindverpakking mag niet opnieuw als eindverpakking van vlees worden gebruikt, behalve wanneer zij bestaat uit gemakkelijk te reinigen corrosiebestendig materiaal, en vooraf gereinigd en ontsmet is.
- a). het lokaal moet voldoende groot zijn en zo zijn ingericht dat de bewerkingen hygiënisch kunnen worden uitgevoerd;
- b). het materiaal voor onmiddellijke en eindverpakking moet dadelijk na de fabricage verpakt worden in een hermetisch beschermend omhulsel, dat gedurende het vervoer naar de inrichting tegen schade beschermd wordt en moet in hygiënische omstandigheden in een afzonderlijk lokaal van de inrichting opgeslagen worden;
- c). de opslagruimte voor eindverpakkingsmateriaal moet vrij zijn van stof en ongedierte en mag geen luchtverbinding hebben met andere lokalen waarin zich stoffen bevinden die vers vlees kunnen besmetten. Eindverpakkingsmateriaal mag niet op de vloer worden opgeslagen;
- d). het materiaal voor de eindverpakking moet in hygiënisch verantwoorde omstandigheden gereed gemaakt worden voordat het in het lokaal wordt binnengebracht;
- e). de eindverpakkingen moeten op hygiënisch verantwoorde wijze in het lokaal worden binnengebracht en onverwijld worden gebruikt. Zij mogen niet worden gehanteerd door het personeel dat het verse vlees hanteert;
- f). het vlees moet, meteen na het aanbrengen van de onmiddellijke verpakking, in de daarvoor bestemde opslagruimten worden opgeslagen.
- a). de binnenwanden en andere delen die met het vlees in aanraking kunnen komen, moeten vervaardigd zijn uit corrosiebestendig materiaal waardoor de oganoleptische eigenschappen van het vlees niet kunnen worden aangetast en het vlees niet schadelijk voor de gezondheid van de mens kan worden; deze wanden moeten glad zijn en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten;
- b). zij moeten zijn uitgerust met doelmatige voorzieningen ter bescherming van het vlees tegen insekten en stof en zij moeten zodanig zijn afgedicht, dat er geen vloeistoffen kunnen wegvloeien;
- c). voor het vervoer van hele karkassen, halve karkassen, halve karkassen die in ten hoogste drie stukken zijn verdeeld of voeten, alsmede van uitgesneden vlees zonder eindverpakking, moeten zij voorzien zijn van een ophanginstallatie uit corrosiebestendig materiaal en wel zodanig dat het vlees niet met de vloer in aanraking kan komen. Deze bepaling is niet van toepassing op ingevroren vlees dat van een hygiënische eindverpakking is voorzien. Bij vervoer door de lucht is een ophanginstallatie evenwel niet vereist, op voorwaarde dat passende corrosiebestendige apparatuur aanwezig is voor het laden, vervoeren en lossen van het vlees.