Bijlage B Besluit produktie en handel vleesprodukten: bijzondere voorwaarden voor vleesprodukten
Besluit produktie en handel vleesprodukten
1. Onverminderd de algemene voorwaarden van bijlage A, hoofdstuk 1, moeten inrichtingen waar vleesprodukten worden vervaardigd, gehanteerd en van een onmiddellijke verpakking voorzien ten minste beschikken over: 2. Afhankelijk van het soort betrokken produkten moet de inrichting beschikken over: 1. De lokalen voor de opslag of be- en verwerking van andere levensmiddelen dan vlees of vleesprodukten, die kunnen worden verwerkt in vleesprodukten, moeten voldoen aan de algemene hygiënische voorschriften van dit besluit. 2. Grondstoffen en ingrediënten die worden verwerkt in vleesprodukten, alsmede deze produkten en de produkten van dierlijke oorsprong en de recipiënten waarin zij zich bevinden, mogen niet rechtstreeks met de vloer in aanraking komen en moeten worden gehanteerd op een wijze die geen gevaar voor besmetting inhoudt. Men dient erop toe te zien dat grondstoffen op geen enkele wijze in contact komen met eindprodukten. 3. Het gebruik van hout is toegestaan in de lokalen voor het roken, doorzouten, rijpen, pekelen en opslaan van vleesprodukten, alsook in het verzendingslokaal, wanneer dit om technologische redenen nodig is, voor zover er geen gevaar bestaat voor besmetting van deze produkten. Houten laadborden mogen slechts voor vervoer van vlees of vleesprodukten in eindverpakking en uitsluitend voor dat gebruik in deze lokalen worden toegelaten. Voorts kan het gebruik van gegalvaniseerd metaal voor het drogen van ham en worst worden toegestaan, op voorwaarde dat dit metaal niet gecorrodeerd is en het niet in contact komt met de vleesprodukten. 4. De temperatuur in de lokalen of in gedeelten van de lokalen waar vlees, als grondstof gebruikt gehakt, vleesprodukten en vleesbereidingen worden be- en verwerkt, moet een hygiënische produktie garanderen; zo nodig moeten deze lokalen of gedeelten van lokalen van een klimaatregelingsinstallatie zijn voorzien. Op het ogenblik van het uitsnijden en het doorzouten mag de temperatuur in de daarvoor bestemde lokalen niet m
- a). geschikte lokalen van voldoende grootte voor de gescheiden opslag:
- i). in koelruimten, van grondstoffen enerzijds, en
- ii). bij kamertemperatuur of, in voorkomend geval naar gelang van hun aard, in koelruimten, van vleesprodukten anderzijds, met dien verstande dat grondstoffen, vleesprodukten of andere produkten van dierlijke oorsprong die niet van een eindverpakking zijn voorzien, niet samen mogen worden opgeslagen met grondstoffen en produkten die wel van een eindverpakking zijn voorzien;
- b). één of meer geschikte lokalen van voldoende grootte voor de vervaardiging en onmiddellijke verpakking van vleesprodukten. Mits deze werkzaamheden één enkele produktiecyclus vormen waarmee de naleving van de voorschriften van dit besluit en de hygiënische kwaliteit van grondstoffen en eindprodukten worden gegarandeerd, en mits ontwerp en afmetingen van het lokaal voor de vervaardiging zulks toelaten, mogen deze werkzaamheden in hetzelfde lokaal plaatsvinden;
- c). een lokaal of voorziening voor de opslag van bepaalde ingrediënten zoals levensmiddelenadditieven;
- d). een lokaal voor het aanbrengen van de eindverpakking, tenzij is voldaan aan de voorwaarden ter zake van hoofdstuk V, punt 3, en voor de verzending;
- e). een lokaal voor het opslaan van het materiaal voor de onmiddellijke en de eindverpakking;
- f). een lokaal voor het reinigen van apparatuur en materieel, zoals haken en recipiënten.
- a). een lokaal of, indien er geen gevaar voor besmetting bestaat, een plaats voor het verwijderen van de eindverpakking;
- b). een lokaal of, indien er geen gevaar voor besmetting bestaat, een plaats voor het ontdooien van de grondstoffen;
- c). een lokaal voor het uitsnijden;
- d). een lokaal of een installatie voor het drogen en het rijpen;
- e). een lokaal of een installatie voor het roken;
- f). een lokaal voor het ontzouten, het weken en het anderszins behandelen van met name natuurlijke darmen, indien deze grondstoffen die behandelingen niet in de inrichting van oorsprong hebben ondergaan;
- g). een lokaal voor het voorafgaand reinigen van de grondstoffen die nodig zijn voor de vervaardiging van de vleesprodukten;
- h). een lokaal voor het doorzouten, zo nodig voorzien van een klimaatregelingsinstallatie om het lokaal op de in hoofdstuk II, punt 4, vastgestelde temperatuur te houden;
- i). een lokaal voor het voorafgaand reinigen, indien nodig, van vleesprodukten die in plakken gesneden of uitgesneden moeten worden en van een onmiddellijke verpakking moeten worden voorzien;
- j). een lokaal, zo nodig met een klimaatregelingsinstallatie, voor het in plakken snijden of het uitsnijden en voor de onmiddellijke verpakking van vleesprodukten die bestemd zijn om voorverpakt in de handel te worden gebracht;
- k). de in bijlage C bedoelde specifieke lokalen, voor zover de aldaar bedoelde produkten worden vervaardigd in de in het onderhavige hoofdstuk bedoelde inrichtingen;
- l). wanneer is voldaan aan de voorwaarden van punt 1, onder b, kan na instemming van de Hoofdinspecteur worden besloten dat bepaalde van deze werkzaamheden in een gemeenschappelijk lokaal kunnen plaatsvinden. Wanneer niet is voldaan aan de voorwaarden van punt 1, onder b, moeten de werkzaamheden die een gezondheidsrisico kunnen inhouden voor sommige gelijktijdig vervaardigde produkten en de werkzaamheden die gepaard gaan met een zeer hoge warmteontwikkeling, in een afzonderlijk lokaal worden verricht.
- - afkomstig zijn uit een overeenkomstig de in artikel 1, lid 1, onder h, bedoelde en erkende inrichtingen en vervoerd zijn onder bevredigende hygiënische omstandigheden overeenkomstig genoemde richtlijnen;
- - vanaf de aankomst in de inrichting van verwerking en tot het tijdstip van gebruik bewaard worden overeenkomstig de in artikel 1, lid 1, onder h, bedoelde richtlijnen.
- - afkomstig zijn van een overeenkomstig richtlijn 94/65/EG erkende inrichting en vervoerd zijn onder bevredigende hygiënische omstandigheden overeenkomstig genoemde;
- - vanaf de aankomst in de inrichting van verwerking en tot het tijdstip van gebruik bewaard worden overeenkomstig richtlijn 94/65/EG.
- a). controle moet uitoefenen op:
- i). de reinheid van de lokalen, installaties en werktuigen en de hygiëne van het personeel;
- ii). de doeltreffendheid van de door de inrichting overeenkomstig artikel 6 verrichte controles, met name door onderzoek van de resultaten en door monsterneming;
- iii). de microbiologische en hygiënische kwaliteit van de andere produkten van dierlijke oorsprong;
- iv). de doeltreffendheid van de behandeling van vleesprodukten;
- v). de hermetisch gesloten recipiënten door middel van a- selecte steekproeven;
- vi). het aanbrengen van het passende keurmerk op de vleesprodukten en de identificatie van voor menselijke consumptie ongeschikt verklaarde produkten alsmede de bestemming van die laatste produkten;
- vii). de voorwaarden voor opslag en vervoer;
- b). monsters moet nemen die nodig zijn voor het laboratoriumonderzoek;
- c). elke andere controle moet verrichten die zij nodig acht voor de naleving van dit besluit;
- d). moet nagaan of een vleesprodukt is vervaardigd van vlees waaraan andere levensmiddelen, levensmiddelenadditieven of kruiderijen zijn toegevoegd, door het aan een adequate keuring te onderwerpen en door te controleren of het voldoet aan de door de producent opgestelde produktiecriteria, en met name of de samenstelling van het produkt inderdaad overeenstemt met de vermeldingen op het etiket, in het bijzonder bij gebruik van de verkoopbenaming als bedoeld in hoofdstuk V, punt 4.
- a). het lokaal moet voldoende groot zijn en zo ingericht dat de werkzaamheden hygiënisch kunnen worden uitgevoerd;
- b). het materiaal voor onmiddellijke en eindverpakking moet dadelijk na de fabricage verpakt worden in een hermetisch omhulsel dat gedurende het vervoer naar de inrichting tegen beschadiging beschermd wordt en in hygiënische omstandigheden in een daartoe bestemd lokaal opgeslagen wordt;
- c). de opslagruimte voor eindverpakkingsmateriaal moet vrij zijn van stof en ongedierte en mag geen luchtverbinding hebben met lokalen waarin zich stoffen bevinden die het vlees, het gehakt, de vleesbereidingen of de vleesprodukten kunnen besmetten. Eindverpakkingsmateriaal mag niet rechtstreeks op de vloer worden opgeslagen;
- d). het materiaal voor de eindverpakking moet in hygiënische omstandigheden gereed gemaakt worden voordat het in het lokaal wordt binnengebracht; mits er geen gevaar voor besmetting van de vleesprodukten bestaat, kan van dit voorschrift worden afgeweken indien het materiaal voor de eindverpakking automatisch gereed wordt gemaakt;
- e). de eindverpakkingen moeten op hygiënische wijze in het lokaal worden binnengebracht en onverwijld worden gebruikt. Zij mogen niet worden gehanteerd door personeel dat vlees, gehakt, vleesbereidingen en vleesprodukten zonder onmiddellijke verpakking hanteert;
- f). meteen na het aanbrengen van de eindverpakking moeten de vleesprodukten in de daartoe bestemde opslagruimten worden opgeslagen.
- a. indien het keurmerk overeenkomstig punt 4 is aangebracht op de buitenkant van elke voor de kleinhandel bestemde verkoopeenheid die de vleesproducten bevat;
- b. indien, voor vleesproducten in vervoerseenheden die bestemd zijn om verder te worden verwerkt of verpakt in een erkende inrichting:
- – het keurmerk van de erkende inrichting van verzending op een opvallende plaats is aangebracht op de buitenkant van die vervoerseenheden en als ook de geplande plaats van bestemming duidelijk is aangegeven;
- – de inrichting van bestemming over de in artikel 7, eerste lid, tweede alinea, vierde streepje bedoelde periode een register bijhoudt met de hoeveelheden, de soort en de herkomst van de overeenkomstig dit punt ontvangen vleesproducten. Vleesproducten in grote eindverpakkingen die bestemd zijn om onmiddellijk te worden verkocht zonder verdere verwerking of verpakking, moeten evenwel zijn voorzien van een keurmerk overeenkomstig de punten 1, 2 of 3, onder a;
- c. indien, voor vleesproducten die niet zijn voorzien van een onmiddellijke of eindverpakking, maar die onverpakt rechtstreeks aan een kleinhandelaar worden verkocht:
- – het keurmerk overeenkomstig punt 1 is aangebracht op de recipiënt waarin de vleesproducten zich bevinden;
- – de fabrikant over de in artikel 7, eerste lid, tweede alinea, vierde streepje, bedoelde periode een register bijhoudt met de hoeveelheden en de soort van de overeenkomstig dit punt verzonden vleesproducten, alsmede met de naam van degene voor wie de zending bestemd is.
- a. Het keurmerk moet in een ovale omranding de volgende aanduidingen omvatten:
- i) hetzij:
- – in het bovenste gedeelte het kenteken NL, gevolgd door het toelatingsnummer van de inrichting of, overeenkomstig de met toepassing van artikel 10, onder k, vast te stellen regels, van het herverpakkingscentrum, eventueel met een codenummer waaruit blijkt voor welke soort producten de inrichting is erkend,
- – in het onderste gedeelte de volgende afkorting: EEG;
- ii) hetzij:
- – in het bovenste gedeelte, de naam HOLLAND in hoofdletters,
- – in het midden, het toelatingsnummer van de inrichting of, overeenkomstig de met toepassing van artikel 10, onder k, vast te stellen regels, van het herverpakkingscentrum, eventueel met een codenummer waaruit blijkt voor welke soort producten de inrichting is erkend,
- – in het onderste gedeelte de volgende afkorting: EEG;
- b. het keurmerk mag worden aangebracht op het product zelf, met toegestane middelen, of voorgedrukt op de onmiddellijke verpakking of op de eindverpakking, dan wel op een etiket dat wordt aangebracht op het product, op de onmiddellijke verpakking of op de eindverpakking. Voor zover het keurmerk is aangebracht op de eindverpakking, dient het bij opening daarvan te worden vernietigd. Het niet-vernietigen van dit keurmerk is alleen toegestaan wanneer de vernietiging automatisch gebeurt bij het openen van de eindverpakking. Voor producten in hermetisch gesloten recipiënten moet het keurmerk worden aangebracht op het deksel of op het blik;
- c. het keurmerk mag ook een plaatsje van duurzaam materiaal zijn dat niet verwijderd kan worden, voldoet aan alle eisen inzake hygiëne en de in punt a bedoelde vermeldingen draagt.
- a. vleesproducten die niet bij kamertemperatuur kunnen worden bewaard, mogen worden opgeslagen in koel- en vrieshuizen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, paragraaf H, of in die welke overeenkomstig de andere relevante richtlijnen erkend zijn;
- b. vleesproducten die bij kamertemperatuur kunnen worden bewaard, mogen worden opgeslagen in opslaglokalen die in stevig materiaal zijn gebouwd, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn en door de bevoegde autoriteit zijn erkend.
- 1. beschikken over:
- a). een voorziening die het mogelijk maakt conservenblikken op een hygiënische manier naar de werkruimte te transporteren;
- b). een voorziening waarmee de conservenblikken onmiddellijk vóór het vullen op doeltreffende wijze gereinigd kunnen worden;
- c). een voorziening om de recipiënten na hermetische sluiting en vóór autoclaafbehandeling te wassen met drinkwater dat voldoende warm is om vet te verwijderen;
- d). een lokaal, plaats of installatie geschikt voor het koelen en drogen van de recipiënten na de hittebehandeling;
- e). voorzieningen voor het broeden van als monsters genomen vleesprodukten in hermetisch gesloten recipiënten;
- f). geschikte apparatuur waarmee kan worden nagegaan of de recipiënten waterdicht zijn en of ze ongeschonden zijn;
- 2. erop toezien dat:
- a). de hermetisch gesloten recipiënten uit de verhittingstoestellen worden gehaald bij een temperatuur die hoog genoeg is om te waarborgen dat het vocht snel verdampt, en niet met de hand worden aangeraakt voordat zij volledig droog zijn;
- b). recipiënten waarin zich gas vormt, aan een aanvullend onderzoek worden onderworpen;
- c). de thermometers van het verhittingstoestel aan geijkte thermometers worden getoetst;
- d). de recipiënten:
- - van gebruik worden uitgesloten indien zij beschadigd of ondeugdelijk zijn,
- - van gebruik worden uitgesloten of worden gereinigd indien zij niet schoon zijn en, wanneer het blikken betreft, doeltreffend worden gereinigd, onmiddellijk vóór het vullen, met de in punt 1, onder b, bedoelde reinigingsinstallatie, waarbij gebruik van stilstaand water niet is toegestaan,
- - zo nodig lang genoeg na reiniging en vóór vulling kunnen uitdruipen,
- - zo nodig, na hermetische sluiting en vóór autoclaafbehandeling, door middel van de in punt 1, onder c, bedoelde installatie worden gewassen met drinkwater dat, indien van toepassing, warm genoeg moet zijn om vet te verwijderen,
- - na verhitting worden gekoeld in water dat voldoet aan de eisen van punt B, vijfde streepje,
- - zowel vóór als na de hittebehandeling zo worden gehanteerd dat beschadiging of besmetting wordt voorkomen.
- 1. dat op vleesproducten die bestemd zijn om bij kamertemperatuur te worden opgeslagen, een warmtebehandeling wordt toegepast waardoor de patogene micro-organismen worden vernietigd of geïnactiveerd. Van de bereidingsparameters, zoals de duur van de opwarming, de temperatuur, de vulling, de omvang van de recipiënten, enz., moet een register worden bijgehouden. De apparatuur waarmee de warmtebehandeling wordt uitgevoerd, moet uitgerust zijn met de nodige controlevoorzieningen om na te gaan of de recipiënten een doeltreffende warmtebehandeling hebben ondergaan;
- 2. dat het voor de recipiënten gebruikte materiaal voldoet aan de communautaire voorschriften inzake materialen die met levensmiddelen in aanraking komen;
- 3. dat de dagproductie met vooraf vastgestelde tussenpozen wordt gecontroleerd om de deugdelijkheid van de sluiting te garanderen. Daartoe moet geschikte apparatuur beschikbaar zijn voor het onderzoek van de perpendiculaire snijvlakken en van de felsen van de gesloten recipiënten;
- 4. dat door de fabrikant extra steekproefcontroles worden verricht om erop toe te zien dat:
- a. de gesteriliseerde producten een doeltreffende behandeling hebben ondergaan; de controles worden verricht aan de hand van:
- – incubatieproeven, namelijk incubatie bij ten minste 37°C gedurende zeven dagen of bij ten minste 35°C gedurende tien dagen, of elke andere «tijd/temperatuur»-combinatie die door de bevoegde autoriteit als gelijkwaardig wordt erkend;
- – microbiologisch onderzoek van de inhoud en van de recipiënten in het laboratorium van de inrichting of in een ander erkend laboratorium;
- b. de gepasteuriseerde produkten in hermetisch gesloten recipiënten voldoen aan door de bevoegde autoriteit erkende criteria;
- 5. dat de nodige controles worden verricht om te garanderen dat het koelwater na gebruik een restgehalte chloor bevat. De Lid-Staten mogen evenwel een afwijking van deze eis toestaan indien het water voldoet aan de eisen van Richtlijn 70/778/EEB.
- 1. moeten de inrichtingen voor de vervaardiging van kant-en-klaargerechten beschikken over een afzonderlijk lokaal voor de vervaardiging en de onmiddellijke verpakking van kant-en-klaargerechten; dit afzonderlijke lokaal is niet noodzakelijk indien de vleesprodukten en het vlees op afzonderlijke tijdstippen worden gehanteerd voor zover de lokalen voor deze werkzaamheden tussen het gebruik voor de verschillende produktietypen worden gereinigd en ontsmet;
- 2.
- a. moeten vleesproducten die worden gebruik in kant-en-klaargerechten, onmiddellijk na het koken: Indien andere bereidingsmethoden worden gebruikt, moeten die erkend zijn door de bevoegde autoriteit die de Commissie daarvan in kennis stelt.
- i) hetzij met de andere ingrediënten worden gemengd, zodra dat praktisch uitvoerbaar is; in dat geval moet de tijd gedurende welke de temperatuur van het vleesproduct tussen 10°C en 60°C ligt, tot maximaal twee uur worden beperkt;
- ii) hetzij worden gekoeld tot een temperatuur van 10°C of minder, voordat zij met de andere ingrediënten worden gemengd.
- b). moeten de vleesprodukten en de kant-en-klaargerechten na het einde van het kookproces binnen een tijdspanne van niet meer dan twee uur tot een inwendige temperatuur van 10°C of minder en zo spoedig mogelijk tot de opslagtemperatuur worden gekoeld. Onze Minister kan evenwel toestaan dat de inrichting afwijkt van de tijdspanne van twee uur wanneer een langere termijn vanwege de toegepaste produktietechniek gerechtvaardigd is mits de hygiënische kwaliteit van het eindprodukt gewaarborgd wordt;
- c). moeten kant-en-klaargerechten, zo nodig, onmiddellijk na de koeling worden bevroren of diepgevroren;
- 3. moeten kant-en-klaargerechten worden geëtiketteerd overeenkomstig richtlijn 79/112/EEG. De lijst van ingrediënten moet ten behoeve van deze ook de diersoorten vermelden. Op een van de buitenkanten van de onmiddellijke verpakking van kant-en-klaargerechten moet naast de reeds voorgeschreven vermeldingen ook de datum van vervaardiging zeer duidelijk voorkomen;
- 4. moeten de resultaten van de diverse door de exploitant of de beheerder te verrichten controles tijdens een door Onze Minister naar gelang van de houdbaarheid van het produkt vast te stellen minimumperiode worden bewaard opdat zij desgevraagd aan de bevoegde autoriteit kunnen worden voorgelegd.