Bijlage III BAGA: van het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen
Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (BAGA)
Afvalstoffen worden niet als gevaarlijke afvalstof aangemerkt indien zij bestaan uit voorwerpen die in het afvalstadium zijn geraakt, tenzij: Afvalstoffen worden niet als gevaarlijke afvalstoffen aangemerkt voor zover zij uitsluitend bestaan uit: Huishoudelijke afvalstoffen die niet zijn afgegeven of ingezameld worden ingevolge artikel 4, eerste lid, van dit besluit niet als gevaarlijke afvalstoffen aangemerkt.
- a. dit is geschied voordat zij de gebruiker hebben bereikt;
- b. dit is geschied nadat zij de gebruiker hebben bereikt en bestaan uit:
- 1. transformatoren, warmte-overdrachtsystemen of hydraulische systemen of onderdelen daarvan, waarin zich vloeistof bevindt met een concentratie aan gehalogeneerde koppels van aromatische ringen (zoals PCB, PCT) groter dan 50 mg/kg;
- 2.
- a. transformatoren waaruit de vloeistof is verwijderd en waarin in de daarin nog achtergebleven vloeistof de concentratie aan gehalogeneerde koppels van aromatische ringen (zoals PCB, PCT) groter is dan 100 mg/kg;
- b. warmte-overdrachtsystemen of hydraulische systemen of onderdelen daarvan, waaruit de vloeistof is verwijderd en waarin in de daarin nog achtergebleven vloeistof de concentratie aan gehalogeneerde koppels van aromatische ringen (zoals PCB, PCT) groter is dan 500 mg/kg;
- 3. condensatoren, weerstanden en smoorspoelen, waarvan het gewicht meer dan 1 kilogram bedraagt en waarin zich gehalogeneerde koppels van aromatische ringen (zoals PCB, PCT) bevinden in een concentratie van meer dan 50 mg/kg;
- 4. voorwerpen waar de onder de nummers 1, 2 en 3 genoemde voorwerpen onderdeel van uitmaken;
- 5. ontplofbare voorwerpen en met ontplofbare stoffen geladen voorwerpen als bedoeld in de Wet Gevaarlijke Stoffen;
- 6. asbesthoudende remblokken en koppelingsplaten uit voertuigen;
- 7. accu's;
- 8. batterijen;
- 9. gasontladingslampen;
- 10. kwikhoudende thermometers.
- a. plantaardige en dierlijke koolhydraten, eiwitten, vetten en vetzuren;
- b. keramische produkten zoals aardewerk, porselein, baksteen;
- c. geëmailleerde produkten;
- d. glasprodukten;
- e. kunststoffen of elastomeren (rubbers);
- f. vormzand van metaalgieterijen;
- g. restanten van wegverharding en asbestvrije vloer of dakbedekking;
- h. bitumenrestant;
- i. bouw- en sloopafval, waarin zich, op het moment van afgifte, na selectief verwijderen geen lood, asbesthoudende bestanddelen, teermastiek en verontreinigd verpakkingsmateriaal van verf, van houtverduurzamingsmiddelen, van zuren, van lijmen of van kitten bevinden;
- j. dierlijke meststoffen;
- k. metaalsilicaten;
- l. bodemas die resteert na verbranding in een inrichting die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het verbranden van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen in een roosteroven of een wervelbedoven;
- m. slakken en vliegas, vrijkomend bij met poederkool gestookte vuurhaarden en bij kolenvergassingsinstallaties;
- n. formatiewater, inclusief de daarvan niet af te scheiden hulpstoffen, dat in het kader van de uitoefening van het mijnbouwbedrijf, na scheiding van de delfstof, in een daartoe geëigende gas- of olievoerende formatie wordt gebracht;
- o. afvalstoffen, afkomstig van installaties voor het shredderen van andere dan gevaarlijke afvalstoffen;
- p. niet corroderende legeringen met een gehalte aan metalen, genoemd in bijlage IIonder A.1 tot en met A.4, A.6 tot en met A.9 en B.4, dat kleiner is dan 20% op gewichtsbasis;
- q. baggerspecie.