Art. 9 Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen, Het van buiten de Europese Unie binnen Nederland brengen van radioactieve afvalstoffen met een definitieve bestemming binnen een andere lidstaat, alsmede het vanuit een andere lidstaat binnen Nederland brengen van radioactieve afvalstoffen met een definitieve bestemming binnen Nederland, een derde lidstaat of een Staat buiten de Europese Unie
Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen
1. Indien Onze Minister de goedkeuring voor een verrichting als bedoeld in artikel 7, eerste lid, niet weigert, verleent hij de goedkeuring in ieder geval onder de voorwaarde dat de vergunning, bedoeld in artikel 15, onder a, of 29 van de wet of artikel 3, wordt verleend.
2. Indien Onze Minister de goedkeuring verleent, waarmerkt hij een afschrift van het document dat hij zendt naar het bevoegd gezag van de lidstaat, dat goedkeuring heeft verzocht, als de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, of 29 van de wet of artikel 3. Hij tekent op het afschrift de datum aan waarop hij de goedkeuring voorwaardelijk heeft verleend. De aanvraag wordt geacht te zijn ingediend op vorenbedoelde datum.
3. Onze Minister doet ingeval van een goedkeuring de mededeling aan het bevoegd gezag van de lidstaat, dat goedkeuring heeft verzocht, vergezeld gaan van:
a. een afschrift van het eerste blad van de gewaarmerkte aanvraag om de vergunning, bedoeld in artikel 15, onder a, of 29 van de wet of artikel 3;
b. informatie over de betrokken vergunning.
4. Onze Minister doet tegelijkertijd bij de mededeling als bedoeld in het derde lid aan degene op wiens aanvraag de goedkeuring betrekking heeft, een opgave van gegevens die in aanvulling op het document binnen de daarbij aangegeven termijn nog moeten worden verstrekt.
5. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van het eerste blad van de gewaarmerkte aanvraag aan Onze andere Ministers.
6. Indien het verzoek om goedkeuring betrekking heeft op een verrichting als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, 1°, en de betrokken radioactieve afvalstoffen binnen Nederland worden bewerkt, weigert Onze Minister de goedkeuring indien geen verklaring wordt overgelegd, dat degene die voornemens is deze radioactieve afvalstoffen vanuit de lidstaat binnen Nederlands grondgebied te brengen deze na bewerking terugneemt en dat het bevoegd gezag van de lidstaat daaraan zijn medewerking verleent.