Art. 7 Regeling seinen, Grondtekens

Regeling seinen

De volgende grondtekens op een luchtvaartterrein hebben de daarachter vermelde betekenis;

a. rood vierkant bord met gele diagonalen: verboden te landen voor onbepaalde tijd;

b. rood vierkant bord met één gele diagonaal: opletten bij het landen, b.v. wegens slechte toestand van het landingsterrein;

c. witte halter: landen, opstijgen en taxiën uitsluitend toegestaan op banen en rijbanen;

d. witte halter met zwarte dwarsbalken: landen en opstijgen uitsluitend toegestaan op banen: taxiën toegestaan op en buiten rijbanen;

e. kruisen in een enkelvoudige kleur, liefst geel of wit, op het landingsterrein: het gedeelte binnen de kruisen in onbruikbaar;

f. witte of oranje landings-T: landen en opstijgen in een lijn evenwijdig aan het staande been van de T en in de richting van de voet naar de top van de T;

g. cijfers tegen of in de nabijheid van de verkeerstoren: richting, waarin moet worden opgestegen, uitgedrukt in tientallen graden ten opzichte van het magnetisch Noorden, afgerond op het meest nabijkomende tiental graden; (de cijfers in de figuur dienen als voorbeeld);

h. pijl in een sprekende kleur in het seinenvierkant of aan het einde van de in gebruik zijnde baan: vóór het landen en na het opstijgen iedere bocht naar rechts maken (rechter-hand-verkeerscircuit);

i. zwarte C op gele achtergrond: luchtverkeersmeldingspost;

j. dubbel wit kruis in het seinenvierkant: zweefvliegen vindt plaats op het luchtvaartterrein.