Art. 4 Regeling luchtvaartuiglichten, Op het water

Regeling luchtvaartuiglichten

1. Een vliegtuig op het water toont de lichten die zijn voorgeschreven voor vaartuigen, gedurende de periode en in de omstandigheden als ter plaatse is voorgeschreven voor vaartuigen.

2. Indien het onuitvoerbaar is de in het eerste lid genoemde lichten te tonen, worden lichten getoond die in eigenschappen en plaatsing zoveel mogelijk overeenkomen met die lichten.