Bijlage V Regeling huisvesting v.o./b.v.e.: bij de Regeling huisvesting v.o./b.v.e.
Regeling huisvesting v.o./b.v.e.
De methodiek van de ruimtenormering In de methodiek wordt een onderscheid gemaakt in een normering voor blijvende voorzieningen en een voor tijdelijke voorzieningen in de huisvesting. De berekening van de huisvestingsbehoefte geschiedt door de ruimtebehoefte te vergelijken met de beschikbare huisvesting per 15 september, voorafgaand aan de datum van indienen van de aanvraag Ruimtenormering voor blijvende voorzieningen in de huisvesting De normatieve ruimtebehoefte van scholen en instellingen wordt vastgelegd in het ruimtenoverzicht. Het ruimtenoverzicht Het ruimtenoverzicht is een opgave van de ruimten en bijbehorende oppervlakten die gelden als bekostigingsgrondslag. Het overzicht is gebaseerd op het aantal leerlingen volgens de prognose of, in geval van kortlopende huren, volgens de leerlingentelling die voorafgaat aan de datum van het indienen van de aanvraag en op de geldende richtlijnen. Na advisering door de Normeringscommissie zijn berekeningsgrondslagen vastgesteld voor: De soorten ruimten en de afmetingen Voor elke onderwijssoort zijn genormeerde vloeroppervlakten voor alle lesruimten en nevenruimten vastgesteld. De afmetingen zijn afhankelijk van: De voorkomende ruimten zijn: Afmetingen Gebruiksduren Uitgaande van een vijfdaagse schoolweek van 7 lesuren per dag bedraagt de maximum gebruiksduur van een theorielokaal 35 lesuren van 50 minuten. Hierop wordt een reductie van 10 procent toegepast voor het opvangen van roostertechnische problemen en dergelijke. De normatieve gebruiksduur bedraagt derhalve 31.5 lestijd. Bij het theorievaklokaal, de vaklokalen en werkplaatsen is de maximum gebruiksduur 40 lesuren per week. Ook hierbij geldt (met een uitzondering voor het gymnastieklokaal) een reductie van 10 procent. Daarmee komt het normgebruik op 36 lestijden per week. Enkele theorievaklokalen worden pas toegewezen als het aantal lessen minimaal 19 bedraagt. De dominantregel Het totaal aantal lokalen dat wordt toegewezen mag niet groter zijn dan het aantal leraa
- de afmeting van en de soorten ruimten, en
- de gebruiksduur van lokalen. De grondslagen zijn vastgelegd in de Ruimtelijke Normeringssystematiek (RNS).
- de functie van het lokaal
- de groepsgrootte
- de opstelling van de werktafels, apparatuur en machines
- de veiligheidseisen
- algemene theorielokalen lesruimten die zijn ingericht voor theoretisch onderwijs waarbij geen specifieke leer- en hulpmiddelen nodig zijn.
- theorie-vaklokalen In deze ruimten kan niet zonder bezwaar onderwijs in andere vakken worden gegeven lesruimten met een specifieke inrichting voor een bepaald vak (bijvoorbeeld een demonstratieset voor in het lokaal), waarbij zonder bezwaar theoretisch onderricht in andere vakken gegeven kan worden.
- vaklokalen lesruimten die direct zijn ingericht voor proefondervindelijk onderwijs en/of praktisch onderwijs. Vaklokalen zijn verder te onderscheiden in specifieke vaklokalen, practica, laboratoria, praktijkruimten, werkplaatsen, hulpwerkplaatsen enzovoort.
- gymnastieklokalen
- direktieruimten
- nevenruimten (waaronder overblijflokaal, bibliotheek, conciërge).
- diverse ruimten (waaronder toiletten, rijwielberging, betegelde oefenplaatsen).
- algemene theorielokalen de meest voorkomende grootte hiervan is 54 m². Hierbij hoort een extra werkruimte van 3.5 m² en een berging van 2 m².
- theorie-vaklokalen de grootte varieert afhankelijk van de functie van 60 m² tot 100 m². De bij de lokalen behorende bergingen lopen in grootte uiteen van 9 m² tot 12 m².
- vaklokalen de grootte van deze lokalen varieert van 60 m² tot 144 m² met bergingen en nevenruimten van 10 tot 80 m².
- werkplaatsen deze hoofdzakelijk in het technisch onderwijs voorkomende ruimten lopen qua grootte uiteen van 72 m² tot 300 m² met bergingen van 4 tot 32 m².
- direktieruimten, nevenruimten en diverse ruimten voor deze ruimten gelden ook genormeerde afmetingen. Qua oppervlakte zijn deze ruimten afhankelijk van het aantal leerlingen of het aantal leraren.
- de totale normatieve lessenproduktie wordt verminderd met het aantal lessen dat in vaklokalen en werkplaatsen wordt gegeven;
- de uitkomst wordt gedeeld door 31.5. Deze uitkomst wordt naar boven afgerond;
- hierna wordt het aantal theorievaklokalen bepaald;
- het restant is het toe te wijzen aantal theorielokalen.
- algemene sektie
- 1,67 x de oppervlakte voor
- theorielokalen
- theorievaklokalen
- vaklokalen
- directie vertrekken
- nevenruimten
- werkplaatsensektie
- 1,38 x de oppervlakte voor
- laboratoria/practica
- werkplaatsen
- gymnastieksektie
- 1,3 x de oppervlakte voor
- gymnastieklokalen
- voor theorielokalen een gebruiksduur van 35 lestijden per week;
- voor de overige lokalen een gebruiksduur van 40 lestijden.