Art. 6 Warenwetregeling Zuigelingenvoeding, Samenstelling en andere aan de waar te stellen eisen

Warenwetregeling Zuigelingenvoeding

1. In volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding is het nitraatgehalte, berekend als nitraat-ion (NO3-), niet hoger dan 50 mg per kg droge stof.

2. Volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding in poedervorm voldoen aan de volgende eisen:

a. het aantal aeroob kweekbare micro-organismen (kiemgetal) bedraagt niet meer dan 10.000 per g;

b. Enterobacteriaceae zijn in 1 g niet aantoonbaar;

c. het aantal kweekbare gisten en schimmels bedraagt ieder afzonderlijk niet meer dan 100 per g;

d. pathogene micro-organismen en hun toxinen zijn afwezig, met dien verstande dat:

1º het aantal kweekbare Bacillus cereus niet meer dan 100 per g bedraagt;

2º Staphylococcus aureus geacht wordt afwezig te zijn, indien micro-organisemen van dit type niet aantoonbaar zijn in 1 g;

3º Salmonellae geacht worden afwezig te zijn, indien micro-organismen van dit type niet aantoonbaar zijn in 50 g;

e. fosfatase-activiteit is niet aantoonbaar.

3. Vloeibare volledige zuigelingenvoeding en vloeibare opvolgzuigelingenvoeding zijn:

a. gesteriliseerd en voldoen aan artikel 34, vierde en vijfde lid, van het Melkbesluit (Warenwet) 1974; of

b. ultra hoog verhit en voldoen aan artikel 34, zevende lid, van het Melkbesluit (Warenwet) 1974.