Art. 3 Regeling positie directeur en adjunct-directeur bij vermindering van formatie bij instituten voor vormingswerk voor jeugdigen
Zolang aan het instituut een vormingsleider is verbonden voor wie op grond van het bepaalde in artikel 2 het carrièrepatroon van de adjunct-directeur van toepassing is, kan geen andere vormingsleider tevens tot adjunct-directeur worden benoemd.