Art. 1 Bjrb, Voorschriften omtrent de balans en de toelichting daarop
Besluit jaarrekening banken (Bjrb)
1. Onder de activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. de kas, de tegoeden op girorekeningen en de onmiddellijk opeisbare tegoeden bij centrale banken in landen waar de bank een vestiging heeft;
b. de waardepapieren uitgegeven door publiekrechtelijke lichamen met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste twee jaar, die herfinancierbaar zijn bij de centrale bank;
c. de vorderingen;
d. de verhandelbare, uitgegeven waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente;
e. de aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren;
f. de deelnemingen;
g. de immateriële activa, op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 365 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
h. de materiële vaste activa;
i. de overige activa;
j. de van aandeelhouders opgevraagde stortingen;
k. de overlopende activa.
2. Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen:
a. de schulden, al dan niet in verhandelbare schuldbewijzen belichaamd;
b. de overlopende passiva, voor zover zij niet onder de schulden zijn vermeld;
c. de voorzieningen, op de wijze bepaald in artikel 374 leden 1, 2 en 4 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
d. de achtergestelde schulden;
e. het eigen vermogen, op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 373 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Buiten de balanstelling worden opgenomen de voorwaardelijke schulden en de onherroepelijke toezeggingen die tot een kredietrisico kunnen leiden.