Art. 2 Onderwerpen centraal en schriftelijk examen aardrijkskunde v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. en v.b.o.-C/D schooljaar 1994–1995, Onderwerpen centraal en schriftelijk examen aardrijkskunde h.a.v.o.

Onderwerpen centraal en schriftelijk examen aardrijkskunde v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. en v.b.o.-C/D schooljaar 1994–1995

De onderwerpen voor het centraal (schriftelijk) examen h.a.v.o. in het schooljaar 1994/1995 zijn:

A (sociale geografie van het Koninkrijk der Nederlanden)

A1. Het Nederlandse landschap – het zandlandschap (circulaire DGVO 13.200 van 20 mei 1985)

A2. Het Nederlandse landschap – het rivierkleilandschap (circulaire DGVO 13.200 van 20 mei 1985)

A3. Bevolkingsgeografie (circulaire VO/AV 87-04 van 9 juli 1987)

A4. Ruimtelijke organisatie en inrichting:

Oostelijke Randstad, Brabantse Stedenrij

Oostelijk Noord-Brabant en Noord-Limburg, Rivierengebied (bijlage II bij regeling VO/AV/BE 894375 van 16 april 1989, Uitleg OenW-Regelingen 1989, 11).

B (overig onderwerp) Frankrijk (RegelingVO/AVV/OB/VOII-90029415 van 14 mei 1990, Uitleg OenW-Regelingen 1990, 15)