Art. 4 Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen

Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen

1. In afwijking van artikel 5, tweede lid, van het besluit wordt naast de in dat artikellid bedoelde vergunning op aanvraag gedurende de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2005 éénmaal ten behoeve van hetzelfde perceel of perceelsgedeelte een vergunning alsmede een gewaarmerkte kopie daarvan verleend voor:

a. prei in de volle grond bestemd voor de weder uitplant, mits de gebruiksgerechtigde is aangesloten bij de in artikel 3 genoemde stichting;

b. kool in de volle grond bestemd voor de weder uitplant, mits de gebruiksgerechtigde is aangesloten bij de in artikel 3 genoemde stichting;

c. rozenonderstammen;

d. halfjarige rozenstruikjes;

e. zaaibedden ten behoeve van bos- en haagplantsoen;

f. aardbeiplanten in de volle grond bestemd voor de weder uitplant, mits de gebruiksgerechtigde is aangesloten bij de in artikel 3 genoemde stichting;

g. aspergeplanten in de volle grond bestemd voor de weder uitplant, mits de gebruiksgerechtigde is aangesloten bij de in artikel 3 genoemde stichting;

2. Een vergunning voor een teelt, genoemd in het eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien volgens het beschrijvingsbiljet 2000 de betreffende gewassen in het jaar 2000 op het bedrijf zijn geteeld.