Art. 2 Besluit vierjaarlijks bezien van lozingsvergunningen

Besluit vierjaarlijks bezien van lozingsvergunningen

Het bevoegd gezag beziet vier jaar nadat een vergunning voor een lozing als bedoeld in artikel 1 is verleend, en vervolgens ten minste elke vier jaar of die vergunning met het oog op de op grond van artikel 1a, derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren van toepassing zijnde grenswaarden nog toereikend is, gezien de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.