Art. 90d Wtk, Dwangsom en bestuurlijke boete
Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk)
1. Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt.
2. De bijlage bepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete.
3. De bijlage kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
4. Onze Minister, dan wel de Bank voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
5. In afwijking van het eerste lid worden de bedragen van de boetes terzake van overtreding van de afzonderlijke regels, gesteld bij de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in de artikelen 22a, 30ca, 57, 85a en 85b, bepaald op de wijze als voorzien in die algemene maatregel van bestuur. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 12 juni 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA7438
- Rb. Rotterdam 27 april 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI2850
- Rb. Rotterdam 18 maart 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC7308
- Rb. Rotterdam 18 maart 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC7265
- Rb. Rotterdam 17 oktober 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BB7093
- Rb. Rotterdam 29 oktober 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BB6936
- Rb. Rotterdam 21 november 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AU7199
- Rb. Rotterdam 28 juni 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AT8722
- Rb. Rotterdam 19 oktober 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AR4867