Art. 60 Wet BOPZ, Opneming in zwakzinnigeninrichtingen en verpleeginrichtingen zonder rechterlijke tussenkomst
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ)
1. Opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting van een persoon die twaalf jaar of ouder is en geen blijk geeft van de nodige bereidheid ter zake, vindt in de gevallen dat niet ingevolge artikel 2, derde lid, onder b of c, dan wel ingevolge artikel 3 een machtiging is vereist, uitsluitend plaats, indien een commissie als bedoeld in het derde lid, die opneming noodzakelijk oordeelt.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de behandeling van een aanvraag voor opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting in de gevallen dat ingevolge het eerste lid een commissie oordeelt over de noodzaak van die opneming en dat verblijf.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden niet aan een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting gebonden commissies ingesteld of aangewezen die met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, oordelen over de noodzaak van opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting.
4. De in het derde lid bedoelde noodzaak is aanwezig, indien de betrokkene zich ten gevolge van de stoornis van de geestvermogens niet buiten de inrichting kan handhaven.
5. Voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt de betrokkene mondeling en schriftelijk medegedeeld dat hij zich kan verzetten tegen opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G van Peursem 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:517
- HR 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8082
- Rb. Oost-Nederland 28 maart 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ6271
- Hof 's-Gravenhage 18 juli 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX4175
- Hof Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4974
- Rb. Rotterdam 27 november 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:11054
- Rb. Rotterdam 19 september 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:7867
- Rb. Overijssel 14 januari 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:536
- Rb. Overijssel 26 april 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:374
- Rb. Oost-Brabant 10 april 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:2287
- Rb. Oost-Brabant 10 april 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:2286
- Rb. Oost-Brabant 26 februari 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:1274
- Rb. Noord-Nederland 12 februari 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:623
- Rb. Noord-Nederland 24 februari 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:879
- Rb. Midden-Nederland 27 november 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:6202
- Rb. Limburg 23 juli 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:10056
- Rb. Den Haag 8 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5935
- Rb. Amsterdam 2 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6181
- Conclusie A-G Langemeijer 2 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:600
- Conclusie A-G Langemeijer 30 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:598