Art. 22 Wet BOPZ, Inbewaringstelling en machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ)
1. De burgemeester draagt, tenzij de betrokkene daartegen bedenkingen heeft, er zorg voor dat de betrokkene binnen 24 uur na het tijdstip waarop de beschikking, bedoeld in artikel 20, eerste lid, wordt gegeven, wordt bijgestaan door een raadsman. De artikelen 38, 39, 40, 45 tot en met 49, 50, eerste lid, en 51 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Bij algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kunnen regels worden gegeven ten aanzien van de toepassing van de eerste volzin van het eerste lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3663
- Rb. Noord-Holland 3 februari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:691
- Rb. Noord-Holland 13 mei 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:3670
- Rb. Noord-Holland 9 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:1856
- Rb. Groningen 11 juni 2009, ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ0722
- Conclusie A-G Langemeijer 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:340
- Conclusie A-G Langemeijer 31 juli 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1719
- Conclusie A-G Langemeijer 31 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2320
- Conclusie A-G Langemeijer 23 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG7404