Art. 7.19a WHW, Aanduiding graden Bachelor, Master en Associate degree in de naamsvermelding
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)
1. Degene aan wie op grond van artikel 7.10a een graad is verleend, is gerechtigd die graad met de toevoeging in zijn eigen naamsvermelding, achter de naam geplaatst, tot uitdrukking te brengen, desgewenst aangevuld met de vermelding, bedoeld in het derde lid van dat artikel.
2. De graden en de toevoegingen, bedoeld in artikel 7.10a, worden als volgt aangeduid:
a. Associate degree: Ad,
b. Bachelor: B,
c. Master: M,
d. Bachelor met de toevoeging «of Arts»: BA,
e. Bachelor met de toevoeging «of Science»: BSc,
f. Bachelor of Master met een andere toevoeging als bedoeld in artikel 7.10a, eerste lid, derde volzin,
g. Master met de toevoeging «of Arts»: MA,
h. Master met de toevoeging «of Science»: MSc, en
i. Bachelor of Master met een toevoeging als bedoeld in artikel 7.10a, tweede lid, tweede volzin.
3. In de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.10a, eerste lid, dan wel in het besluit dat op grond van artikel 5a.2, lid 2a, wordt genomen, wordt met betrekking tot een andere toevoeging aan de graad als bedoeld in artikel 7.10a, eerste en tweede lid, tevens de aanduiding vastgesteld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 19 juli 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY4273
- Rb. Noord-Nederland 7 maart 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1674
- HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:313
- Hof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:303
- Rb. Zwolle 19 februari 2004, ECLI:NL:RBZWO:2004:AO5515
- Rb. Zwolle 19 februari 2004, ECLI:NL:RBZWO:2004:AO5220
- Rb. Almelo 18 november 2009, ECLI:NL:RBALM:2009:BK3556
- Conclusie A-G Keus 11 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1147