Art. 8a.62 WLV, Gevolgen van buitenlandse luchthavens voor de ruimtelijke ordening op Nederlands grondgebied
1. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of Onze Minister van Defensie kan voor iedere buitenlandse burgerluchthaven, onderscheidenlijk buitenlandse militaire luchthaven, aangewezen bij of krachtens artikel 8a.54, een commissie regionaal overleg luchthaven instellen.
2. Indien een commissie wordt ingesteld, stelt Onze betrokken Minister regels omtrent:
a. de taak, samenstelling en werkwijze van de commissie;
b. de instelling van een secretariaat ter ondersteuning van de commissie; en
c. de mate waarin en de voorwaarden waaronder Onze betrokken Minister jaarlijks bijdraagt in de kosten van de commissie.
3. Artikel 8.37 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het een commissie voor een buitenlandse militaire luchthaven betreft, Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.