Art. 8a.50 WLV, Overige bepalingen burgerluchthavens
1. De verbodsbepaling bedoeld in artikel 8.1a, eerste lid, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen luchtvaartuigen.
2. Van de in artikel 8.1a, tweede tot en met vierde lid, genoemde verboden kan vrijstelling worden verleend door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
5. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld omtrent het terrein niet zijnde een luchthaven waarvan de luchtvaartuigen bedoeld in het eerste lid opstijgen dan wel waarop zij landen en omtrent de wijze waarop dit terrein wordt gebruikt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:106
- Rb. Zeeland-West-Brabant 3 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1359
- Rb. Zeeland-West-Brabant 30 december 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:8878
- Rb. Overijssel 17 november 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:4305
- Rb. Midden-Nederland 13 februari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:514
- Rb. Gelderland 31 maart 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:1801