Art. 8.47 WLV, Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
1. In het luchthavenbesluit worden ten behoeve van de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven, het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld.
2. De artikelen 8.5, derde tot en met vijfde lid, 8.6, 8.7, eerste en derde lid, en 8.8 tot en met 8.11 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 8.9, tweede lid, wordt verleend door gedeputeerde staten en in het geval, bedoeld in artikel 8.8, tweede lid, toepassing kan worden gegeven aan de artikelen 2.22 en 4.16, eerste lid, van de Omgevingswet.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen regels omtrent de vaststelling van het luchthavengebied en het beperkingengebied. Deze maatregel stelt ten aanzien van het beperkingengebied in ieder geval regels ten aanzien van:
a. de functie en het gebruik van de locatie in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer;
b. de functie en het gebruik van de locatie in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer;
c. de functie en het gebruik van de locatie waaronder begrepen de maximale hoogte van objecten op of boven de locatie, in verband met de vliegveiligheid.
4. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:866
- ABRvS 14 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:50
- ABRvS 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:835
- ABRvS 30 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3051
- ABRvS 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:860
- ABRvS 23 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1314
- ABRvS 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1438
- ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:435