Bijlage 2 Awb: bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (artikelen 8:5, 8:6, 8:7, 8:105 en 8:106)
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan geen beroep worden ingesteld. Archiefwet 1995: Bekendmakingswet: artikel 21, indien overeenkomstige toepassing is gegeven artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap Burgerlijk Wetboek: Energiewet: de artikelen 6.1, derde lid, en 6.2, tweede lid Faillissementswet: artikel 285 Financiële-verhoudingswet: artikel 9 Gemeentewet: Geneesmiddelenwet: artikel 17, onderdeel a Gerechtsdeurwaarderswet: artikel 3a, tweede lid Instellingswet Autoriteit Consument en Markt: artikel 12h, eerste lid, voor zover de aanvraag is afgewezen Invoeringswet Omgevingswet: artikel 4.45 Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a Jeugdwet: Kaderwet zelfstandige bestuursorganen: artikel 21a, eerste en tweede lid Kostenwet invordering rijksbelastingen, met uitzondering van artikel 7 Leegstandwet: Omgevingswet: Participatiewet: de artikelen 52 en 81 en paragraaf 6.5 Pensioenwet: de artikelen 150m, tweede lid, 150oa, eerste lid, en 150q, tweede lid, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het pensioenfonds Politiewet 2012: de artikelen 18, 20, 34, 35, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 39, derde en vijfde lid, en 52 Provinciewet: Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PbEU 2008, L 152): een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, vierde lid Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, met uitzondering van beslissingen ten aanzien van de algemeen secretaris en de medewerkers van het bureau Telecommunicatiewet: de artikelen 3.5, 3.5a, 3.5b, 3.22 en 18.9, eerste en tweede lid Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten: de artikelen 2 en 4 Tijdelijke wet Groningen: Uitleveringswet Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte: de artikelen 7, tweede, derde, vij
- a. artikel 38, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap, en indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten
- b. artikel 38, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan hoofdstuk XVII van de Gemeentewet, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen
- a. Boek 1:
- 1. artikel 7, eerste en tweede lid
- 2. titel 14, afdeling 4
- b. Boek 2: de artikelen 63d, tweede lid, 156 en 266, voor zover de aanvraag is toegewezen
- c. Boek 7: artikel 671a.
- a. artikel 49
- b. artikel 85, tweede lid, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging
- c. artikel 124, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester
- d. artikel 124a, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning
- e. de artikelen 169, derde lid, 180, derde lid, en 234, tweede lid, onderdeel a
- f. artikel 268, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging
- g. artikel 278, voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen
- h. de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester, en indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning
- a. artikel 3.5, eerste lid
- b. de artikelen 6.1.5, 6.1.6, tweede en derde lid, 6.1.12, vijfde lid, 6.3.2.1 tot en met 6.3.2.7 en 6.4.1
- a. artikel 15, eerste lid, voor zover het betreft een weigering van de vergunning
- b. artikel 15, zesde lid, voor zover het betreft een afwijzing van het verzoek tot verlenging
- c. artikel 16, tiende lid, eerste volzin, en elfde lid, eerste volzin
- a. artikel 2.8
- b. artikel 2.13a, eerste lid, voor zover het betreft de eerste vaststelling en daarbij toepassing is gegeven aan op grond van artikel 2.24 van de Omgevingswet gestelde regels over vaststelling van geluidproductieplafonds op basis van de historische geluidproductie, vermeerderd met 1,5 dB
- c. artikel 2.21, eerste lid, in samenhang met artikel 2.21a, eerste lid, voor zover de geometrische begrenzing van het beperkingengebied niet is beperkt of uitgebreid op grond van artikel 2.21, eerste lid, ten opzichte van de afstand, bedoeld in artikel 2.21a, tweede lid
- d. artikel 2.32, voor zover het betreft de verlening of weigering van een ontheffing van een regel die is gesteld over een programma als bedoeld in afdeling 3.2
- e. de artikelen 2.33, tweede lid, onder e, en 2.34, tweede lid, onder g en h
- f. artikel 2.36, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap
- g. artikel 2.39
- h. artikel 3.1
- i. de artikelen 3.4, 3.6 tot en met 3.10, 3.14 en 3.15, voor zover het niet betreft een daarin opgenomen beschrijving van een activiteit als gevolg waarvan de activiteit is toegestaan
- j. artikel 4.13a
- k. de artikelen 4.14 tot en met 4.16
- l. artikel 5.16, eerste lid
- m. artikel 5.44, tweede lid, derde zin
- n. artikel 5.44b, eerste lid
- o. een voorkeursbeslissing als bedoeld in artikel 5.47, eerste lid, onder b
- p. artikel 5.48, derde lid
- q. artikel 11.3
- r. artikel 15.8, derde lid
- s. artikel 16.77b, onder c
- t. artikel 22.18, voor zover het niet betreft een onderdeel van een programma dat voor een locatie de maatregelkeuze bevat
- a. artikel 49
- b. artikel 83, tweede lid, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging
- c. artikel 121, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning
- d. de artikelen 167, derde lid, en 179, derde lid
- e. artikel 261, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging
- f. artikel 271, voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen
- g. de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door provinciale staten, gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning
- a. artikel 13e, eerste lid
- b. artikel 13g, eerste lid
- a. de artikelen 32b en 45a gelezen in samenhang met artikel 32b, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan
- b. artikel 32c, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten
- c. de artikelen 36, eerste lid, 49 gelezen in samenhang met artikel 36, eerste lid, en 50h, eerste lid, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot vernietiging
- d. de artikelen 39b en 49 gelezen in samenhang met artikel 39b, voor zover het betreft de weigering om een voordracht tot vernietiging te doen
- e. de artikelen 39c, vierde lid en 39e, tweede lid, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 32b voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan, en indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 32c, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, en artikel 49 gelezen in samenhang met dit onderdeel
- a. artikel 8.25fa
- b. de artikelen 8.43, eerste lid, 8.70, eerste lid, en 10.15, eerste lid, voor zover het betreft een besluit tot wijziging van een luchthavenbesluit die alleen strekt tot aanpassing van dat besluit aan het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet
- a. de artikelen 10.3, 11a.2, derde lid, onderdelen b en c, 11.5, en 15.51, derde lid
- b. artikel 16.24, eerste lid, met uitzondering van een besluit houdende toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een afzonderlijke broeikasgasinstallatie
- c. artikel 17.15, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap.
- a. artikel 2, eerste lid, voor zover het betreft de weigering om een aanwijzing te geven
- b. artikel 3, voor zover het betreft de weigering om een aanwijzing te geven
- c. artikel 5, voor zover het betreft de weigering om een besluit te nemen
- a. een bindende aanbeveling van een toezichthouder aan de andere toezichthouder
- b. de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4, 3A.1.5, 3A.2.3 en 3A.2.4 voor zover het betreft een weigering om een besluit te nemen of het niet tijdig nemen van een besluit
- c. artikel 3A:127
- d. de artikelen 6:1 en 6:2, voor zover het betreft een weigering om een besluit te nemen of het niet tijdig nemen van een besluit
- a. een besluit tot benoeming, plaatsing of aanwijzing als bedoeld in hoofdstuk 2, tenzij het beroep wordt ingesteld door een rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden
- b. een besluit van de Hoge Raad als bedoeld in hoofdstuk 6A
- c. een vordering als bedoeld in artikel 46o
- a. artikel 9a
- b. artikel 18f, eerste lid, in samenhang met artikel 18d of 18e, voor zover een besluit wordt genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan
- a. artikel 124 van de Gemeentewet, voor zover het beroep wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap;
- b. artikel 124a van de Gemeentewet, voor zover het beroep wordt ingesteld door gedeputeerde staten, en
- c. hoofdstuk XVII van de Gemeentewet
- a. artikel 85, tweede lid
- b. artikel 124, voor zover het beroep wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester
- c. artikel 124a, voor zover het beroep wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning
- d. artikel 125, voor zover het besluit betrekking heeft op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de in artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer, bedoelde wetten of wettelijke bepalingen
- e. artikel 268, eerste lid
- f. de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester, en indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning
- a. de artikelen D 7, G 1 tot en met G 4, I 4, K 8, L 11, M 4, Q 6, S 2, X 4, derde lid, X 4a, derde lidX 5, derde lid, X 7, vierde lid, X 7a, vierde lid, en X 8, vierde lid
- b. artikel Y 2 in samenhang met artikel D 7, G 1, G 4, I 4, K 8, L 11 of M 4
- c. de artikelen Y 32 en Y 33
- a. een besluit dat van toepassing is op het continentaal plat, met uitzondering van een besluit krachtens de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 of 5.5
- b. instemming met een winningsplan krachtens artikel 34, en instemming met een opslagplan krachtens 39, eerste lid
- a. artikel 2.4
- b. artikel 2.12a, eerste lid
- c. artikel 2.13a, eerste lid
- d. artikel 2.15, tweede lid
- e. artikel 2.32, voor zover het betreft de weigering om een ontheffing te verlenen van een regel die is gesteld over een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- f. de artikelen 2.33 en 2.34, voor zover artikel 16.85 van de Omgevingswet niet van toepassing is
- g. afdeling 5.2
- h. een besluit ter uitvoering van een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2
- i. een besluit ter uitvoering van een gemeentelijk project van publiek belang waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 5.55
- j. artikel 12.7
- k. artikel 12.18
- l. artikel 16.21
- m. artikel 16.72
- n. een besluit dat is aangewezen op grond van artikel 16.87a
- a. artikel 83, tweede lid
- b. artikel 121, voor zover het beroep wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning
- c. artikel 122, voor zover het besluit betrekking heeft op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de in artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer, bedoelde wetten of wettelijke bepalingen
- d. artikel 261, eerste lid
- e. de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep wordt ingesteld door provinciale staten, gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de commissaris van de Koning
- a. artikel 13i, tweede en zesde lid
- b. artikel 13j, eerste lid
- c. artikel 13k, eerste en derde lid
- a. een besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat inzake de goedkeuring van een besluit als bedoeld in artikel 5
- b. artikel 21, eerste lid
- c. een besluit van het algemeen bestuur van een waterschap als bedoeld in artikel 31, derde lid
- d. een besluit van het algemeen bestuur van een waterschap als bedoeld in artikel 33, vierde lid
- e. artikel 61, voor zover het besluit betrekking heeft op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de in artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer, bedoelde wetten of wettelijke bepalingen
- f. artikel 156, eerste lid
- a. artikel 25, achtste lid
- b. de artikelen 32b en 45a gelezen in samenhang met artikel 32b, voor zover het beroep wordt ingesteld door het bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan
- c. artikel 32c, voor zover het beroep wordt ingesteld door gedeputeerde staten
- d. de artikelen 36, eerste lid, 49 gelezen in samenhang met artikel 36, eerste lid, en 50h, eerste lid
- e. de artikelen 39c, vierde lid en 39e, tweede lid, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 32b voor zover het beroep wordt ingesteld door het bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan, en indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 32c, voor zover het beroep wordt ingesteld door gedeputeerde staten, en artikel 49 gelezen in samenhang met dit onderdeel
- f. de artikelen 99, eerste lid, 100, eerste lid, 103b, en 103c, eerste lid
- a. hoofdstuk II, met uitzondering van artikel 4, tweede lid
- b. de artikelen 15 en 16
- a. een besluit dat betrekking heeft op de handhaving van het bepaalde krachtens artikel 8.40
- b. artikel 15.50
- c. artikel 17.15, tweede lid, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep wordt ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap
- a. titel IV: de afdelingen 2 en 7, een goedkeuring van rechtswege daaronder begrepen
- b. de artikelen 118 en 169
- a. artikel 22, vijfde lid
- b. titel IV: de afdelingen 2 en 8, een goedkeuring van rechtswege daaronder begrepen
- c. de artikelen 120 en 190
- d. artikel 193, tweede lid, tweede volzin, voor zover het betreft een besluit op grond van bepalingen die bij de algemene maatregel van bestuur ingevolge artikel 193, tweede lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, alsmede een besluit op grond van bepalingen van de algemene maatregel van bestuur die daarmee overeenkomen
- a. de hoofdstukken 4 en 10
- b. de artikelen 2.95, 5.9 en 5.10
- a. een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet op de rechterlijke organisatie als zodanig
- b. een lid van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven met rechtspraak belast als zodanig
- c. een senior-gerechtsauditeur of gerechtsauditeur van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven als zodanig
- d. een gewezen ambtenaar als bedoeld in onderdeel a, b of c als zodanig
- a. een besluit op grond van de Wet open overheid
- b. een besluit ten aanzien van een persoon met betrekking tot diens in artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 bedoelde hoedanigheid
- c. een besluit op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming
- a. artikel 64, derde lid, tweede volzin, voor zover het betreft een weigering om de in de eerste volzin bedoelde termijn te verlengen
- b. de artikelen 68, tweede lid, en 125, tweede lid, voor zover het betreft een weigering van een verklaring
- c. artikel 156, voor zover het betreft:
- 1. een weigering, wijziging of intrekking van een ontheffing
- 2. een besluit tot verlening van de ontheffing voor zover daaraan voorschriften zijn verbonden dan wel daarbij beperkingen zijn opgelegd
- d. artikel 175, derde lid, tweede volzin, voor zover het betreft een afwijzing van een verzoek
- e. de artikelen 179, tweede lid, en 235, tweede lid, voor zover het betreft een weigering van een verklaring
- f. artikel 266, voor zover het betreft:
- 1. een besluit tot weigering, wijziging of intrekking van de ontheffing
- 2. een besluit tot verlening van de ontheffing voor zover daaraan voorschriften zijn verbonden dan wel daarbij beperkingen zijn opgelegd
- a. hoofdstuk 6, tenzij beroep kon worden ingesteld voor de inwerkingtreding van de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002
- b. de hoofdstukken 5a, 5c, 6a, 6b en 12
- c. hoofdstuk 15, met uitzondering van de artikelen 15.2, 15.2a en 15.4
- a. een verlening of weigering van een vergunning of een ontheffing
- b. een intrekking van een vergunning of een ontheffing krachtens artikel 7
- c. een oplegging van een heffing
- a. de artikelen 3.31, eerste lid, en 3.42a, eerste lid, voor zover het betreft een besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat
- b. de artikelen 3.37, eerste lid, en 3.42, eerste lid, voor zover het betreft een besluit van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat
- a. artikel 1:26, eerste en tweede lid, de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4, 3A.1.5, 3A.2.3 en 3A.2.4 en de artikelen 5:77, eerste lid, en 5:81, derde lid
- b. een besluit ter zake van het ingevolge artikel 5:76, tweede lid, of 5:80b, vijfde lid, bepaalde, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80
- a. Boek 2: de artikelen 63d, tweede lid, 156 en 266
- b. Boek 8: titel 6, afdeling 5
- a. de artikelen 3.5, 3.5a, 3.5b, 3.22, 15.2, derde lid, 15.4, vierde lid, en 18.9, eerste en tweede lid
- b. alsmede, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt:
- 1. hoofdstuk 6, tenzij beroep kon worden ingesteld voor de inwerkingtreding van de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002
- 2. de hoofdstukken 5a, 5c, 6a, 6b en 12
- 3. hoofdstuk 15, met uitzondering van de artikelen 15.2, 15.2a en 15.4.
- a. de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4, 3A.1.5, 3A.2.3 en 3A.2.4
- b. de artikelen 5:77, eerste lid, en 5:81, derde lid
- c. een besluit ter zake van het ingevolge artikel 5:76, tweede lid, of 5:80b, vijfde lid, bepaalde, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80
- d. de artikelen 6:1 en 6:2
- a. de onroerende zaak waarmee het betreffende gegeven verband houdt, geheel of grotendeels is gelegen, of
- b. de Dienst, genoemd in artikel 1 van de Kadasterwet, is gevestigd indien het betreffende gegeven verband houdt met een te boek staand schip of luchtvaartuig.
- a. de rechtbanken Noord-Holland, Den Haag en Zeeland-West-Brabant in het ressort waarvan de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft dan wel, indien de indiener van het beroepschrift geen woonplaats in Nederland heeft, bij de rechtbanken Noord-Holland, Den Haag en Zeeland-West-Brabant in het ressort waarvan het bestuursorgaan zijn zetel heeft;
- b. de rechtbank Gelderland, indien de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft in het arrondissement Gelderland, het arrondissement Overijssel of het arrondissement Midden-Nederland, met uitzondering van de provincie Flevoland dan wel, indien de indiener van het beroepschrift geen woonplaats in Nederland heeft, wanneer het bestuursorgaan zijn zetel heeft in het arrondissement Gelderland, het arrondissement Overijssel of het arrondissement Midden-Nederland, met uitzondering van de provincie Flevoland;
- c. de rechtbank Noord-Nederland, indien de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft in het arrondissement Noord-Nederland of de provincie Flevoland dan wel, indien de indiener van het beroepschrift geen woonplaats in Nederland heeft, wanneer het bestuursorgaan zijn zetel heeft in het arrondissement Noord-Nederland of de provincie Flevoland.
- a. een besluit over een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in hoofdstuk IV van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
- b. een op grond van een gemeentelijke verordening of gemeenschappelijke regeling genomen besluit over een gehandicaptenparkeerkaart
- c. een besluit over een gehandicaptenparkeerplaats voor een bepaald voertuig
- a. besluiten van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- b. besluiten van een met het toezicht belaste ambtenaar, en
- c. een beschikking op grond van artikel 11.4.1 of 11.4.2
- a. de artikelen 3.5, 3.5a, 3.5b, 3.22, 15.2, derde lid, 15.4, vierde lid, en 18.9, eerste en tweede lid
- b. alsmede, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt:
- 1. hoofdstuk 6, tenzij beroep kon worden ingesteld voor de inwerkingtreding van de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002
- 2. de hoofdstukken 5a, 5c, 6a, 6b en 12
- 3. hoofdstuk 15, met uitzondering van de artikelen 15.2, 15.2a en 15.4.
- a. de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4, 3A.1.5, 3A.2.3 en 3A.2.4
- b. de artikelen 5:77, eerste lid, en 5:81, derde lid
- c. een besluit ter zake van het ingevolge artikel 5:76, tweede lid, of 5:80b, vijfde lid, bepaalde, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80
- d. de artikelen 6:1 en 6:2