Art. 4:111 Awb, Verjaring
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
1. De verjaringstermijn van de rechtsvordering tot betaling aan een bestuursorgaan wordt verlengd met de tijd gedurende welke de schuldenaar na de aanvang van die termijn uitstel van betaling heeft.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien:
a. de schuldenaar in surseance van betaling verkeert;
b. de schuldenaar in staat van faillissement verkeert;
c. ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;
d. de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is geschorst ingevolge een lopend rechtsgeding, met dien verstande dat de termijn waarmee de verjaringstermijn wordt verlengd een aanvang neemt op de dag waarop het rechtsgeding door het instellen van een vordering bij de burgerlijke rechter aanhangig wordt gemaakt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1412
- ABRvS 22 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2301
- ABRvS 24 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2626
- ABRvS 10 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1229
- ABRvS 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:114
- ABRvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3682
- ABRvS 21 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2472
- Hof Arnhem-Leeuwarden 18 maart 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1600
- ABRvS 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1060
- ABRvS 9 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3245
- ABRvS 26 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2306
- Rb. Zeeland-West-Brabant 3 juni 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2817
- Rb. Midden-Nederland 18 mei 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:1875
- Rb. Den Haag 14 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:5874
- Hof Arnhem-Leeuwarden 18 maart 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1602
- Hof Amsterdam 28 november 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2936
- ABRvS 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6177
- ABRvS 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:949
- ABRvS 29 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3631
- ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:353