Art. 51 Reglement rechtstoestand tewerkgestelden, Begripsbepalingen
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
1. levenspartner, verloofde, voogd(en), alsmede kinderen, stief- of pleegkinderen, ouders, stief- of pleegouders van hemzelf en van zijn levenspartner, zijn broers en zusters, stiefbroers en -zusters en pleegbroers en -zusters;
2. indien de hiervoor genoemde betrekkingen ontbreken, het naaste familielid.
België, Luxemburg, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.