Bijlage II Regeling grenswaarden voor chloroform in afvalwater

Regeling grenswaarden voor chloroform in afvalwater

Vereisten waaraan de wijze van meting van de gewichtshoeveelheid en concentratie chloroform, bedoeld in de artikelen 2 en 3, ten minste dient te voldoen. 1. Het nemen van monsters en het meten van het lozingsdebiet geschiedt op het punt waar het chloroform bevattende afvalwater het terrein van het betrokken bedrijf verlaat. Het nemen van monsters en het meten van het lozingsdebiet mag geschieden op een punt dat ligt vóór het punt waar de grenswaarden gelden, indien al het van het bedrijf afkomstige water dat met de betrokken stof verontreinigd kan zijn bij die metingen in aanmerking wordt genomen en indien uit regelmatige controlemetingen blijkt dat de metingen een goed beeld geven van de hoeveelheden die worden geloosd op het punt waar de grenswaarden gelden of altijd een hogere uitkomst geven. 2. Voor de meting van de geloosde hoeveelheid afvalwater (in m3/dag) wordt een methode gehanteerd, waarvan de onnauwkeurigheid in de debietmeting kleiner is dan 10%. Dit kan door ijking worden vastgesteld. 3. De bemonstering van het afvalwater wordt zodanig uitgevoerd dat een monster wordt verkregen dat representatief is voor de geloosde totale hoeveelheid afvalwater gedurende 24 uur. 4. De frequentie van meting en bemonstering is zodanig dat een representatief beeld wordt verkregen van de concentratie en van de totale hoeveelheid chloroform die gedurende een maand wordt geloosd. 5. Het monster wordt in behandeling genomen zonder dat daaruit bezinkbare of opdrijvende bestanddelen zijn verwijderd. De referentiemethode voor het meten van chloroform is gaschromatografie, toegepast na een passende monstemame en voorbehandeling van het monster. Voor concentraties lager dan 0,5 mg/l wordt daarbij uitgegaan van detectie door elektronenvangst. In dat geval ligt de bepalingsdrempel op 0,1 µg/l. Voor een concentratie hoger dan 0,5 mg/l is een bepalingsdrempel van 0,1 mg/l voldoende. Hierbij wordt onder de bepalingsdrempel verstaan de kleinste met een gegeven werkwijze in een monster k