Bijlage V Algemene aanwijzingen inzake aangelegenheden van de ministerraad en onderraden: procedure werkwijze onderraden

Algemene aanwijzingen inzake aangelegenheden van de ministerraad en onderraden

1. Bij de behandeling in het ambtelijk voorportaal van een onderraad van een stuk dat uiteindelijk is bestemd voor de ministerraad moet door de vertegenwoordigers van de departementen scherp worden gelet op de eventuele noodzaak van (nader) interdepartementaal overleg, met name ook over de financiën en de deregulering. Dergelijk overleg moet plaatsvinden, voordat het advies over het voorstel door het voorportaal wordt vastgesteld. Het formulier voor de onderraad moet de overeenstemming weergeven of duidelijk het geschilpunt markeren. 2. Indien een voorstel consequenties heeft voor een departement dat niet in een ambtelijk voorportaal is vertegenwoordigd, draagt de indiener van het voorstel via de voorzitter van het voorportaal er zorg voor dat het desbetreffende departement tijdig in de gelegenheid wordt gesteld om ad hoc een vertegenwoordiger aan het overleg in het voorportaal te laten deelnemen. 3. Bij toezending van een stuk aan een onderraad wordt voor agendering de 10-dagentermijn gerekend van de dag van ontvangst op de departementen nauwgezet toegepast. 1Dit geldt niet voor de conclusies van de coördinatiecommissie voor Europese Integratie en Associatieproblemen ten behoeve van de Raad voor Europese Zaken (of de ministerraad). 4. Indien de eerst verantwoordelijke bewindspersoon wenst dat een stuk na behandeling in een onderraad ook in de ministerraad aan de orde wordt gesteld, zonder dat de 10-dagentermijn dan na ontvangst van de besluitenlijst opnieuw in acht zal moeten worden genomen, dient dit voornemen terstond na rondzending van het stuk ter behandeling in de onderraad, te worden gemeld aan de secretaris van de ministerraad. Het onderwerp zal dan in de eerstvolgende agenda van de ministerraad in een aparte rubriek worden opgenomen. Tevens zet de genoemde bewindspersoon dan in een blauwe brief aan alle ministers en de bij het onderwerp betrokken staatssecretarissen uiteen welke punten hij in het bijzonder in de ministerraad wil bespreken. 5. Bij gebrek aan