Bijlage II Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven: algemene criteria voor het gebruik van levensmiddelenadditieven

Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven

1. Levensmiddelenadditieven mogen alleen worden goedgekeurd: 2. Het gebruik van een levensmiddelenadditief kan alleen worden overwogen indien is bewezen dat het voorgestelde gebruik van het additief voor de consument aantoonbare voordelen heeft, met andere woorden, er moet worden aangetoond dat het, zoals dat heet, "nodig" is. Het gebruik van levensmiddelenadditieven moet beantwoorden aan de onder a tot en met d genoemde doelstellingen en mag alleen wanneer deze doelstellingen niet met andere economisch en praktisch bruikbare middelen kunnen worden bereikt en de levensmiddelenadditieven geen gevaar voor de gezondheid van de consument opleveren: 3. Om de eventuele schadelijke effecten van een levensmiddelenadditief of zijn derivaten te bepalen, moet dit worden onderworpen aan gerichte toxiciteitsproeven en een toxicologische beoordeling. Bij deze beoordeling moet eveneens rekening worden gehouden met bij voorbeeld de cumulatieve, synergetische en versterkende effecten van het gebruik ervan, alsook met intolerantie van de mens voor lichaamsvreemde stoffen. 4. Alle levensmiddelenadditieven moeten voortdurend worden geobserveerd en telkens opnieuw worden beoordeeld wanneer wijzigingen in de gebruiksomstandigheden en nieuwe wetenschappelijke gegevens daartoe aanleiding geven. 5. Alle levensmiddelen moeten te allen tijde aan de goedgekeurde zuiverheidseisen voldoen. 6. Goedkeuring van levensmiddelenadditieven moet