Bijlage 2 Thema's voor het centraal examen maatschappijleer 1993–1994
Thema's voor het centraal examen maatschappijleer 1993–1994
Thema Informatietechnologie en maatschappelijke verandering (v.w.o.) (themaveld: Technologie en samenleving). De centrale vragen voor het thema Informatietechnologie en maatschappelijke verandering zijn: In categorie A worden deze centrale vragen nader toegelicht. Tevens worden de begrippen ‘informatietechnologie’ en ‘informatiemaatschappij’ omschreven. In categorie B ‘politieke en juridische aspecten’ wordt ingegaan op drie rollen van de overheid op het gebied van informatietechnologie (IT): gebruiker van IT, stimulator van IT, en regulator van de gevolgen van IT. Bij de ‘overheid als regulator’ komen de politieke vraagstukken aan de orde, die de invoering van informatietechnologie oproept. In de sociale en economische categorie C gaat het over de invloed van toepassing van IT op verschillende beroepssectoren, consequenties voor de kwantiteit en kwaliteit van het werk, en gevolgen voor de machtsverhoudingen in de samenleving. In categorie D ‘sociaal-culturele aspecten’ wordt ingegaan op de relatie tussen informatisering en individualisering, en houdingen van burgers t.o.v. informatietechnologie. De onderstaande inhoudsomschrijving is identiek aan die voor de examens van 1991 en 1992. Wat is (informatie)technologie? Wat wordt verstaan onder de informatisering van de samenleving? Welke opvattingen bestaan er voor het ontstaan van nieuwe informatietechnologieën? Welke vragen roept de introductie van informatietechnologie op? Op welke wijze is de Nederlandse overheid betrokken bij informatietechnologie? Op welke wijze probeert de Nederlandse overheid de introductie van informatietechnologie te stimuleren? Welke politieke vraagstukken roept de introductie van informatietechnologie op? Hoe kan de overheid informatietechnologie gebruiken bij het uitoefenen van haar functies? Welke voor- en nadelen zitten hier aan vast? Wat kan de invloed zijn van de toepassing van informatietechnologie op de verschillende beroepssectoren? Wat kan de invloed zijn van de toepassing van info
- Welke factoren hebben geleid tot de introductie van nieuwe informatietechnologie?
- Wat zijn de consequenties van de introductie van nieuwe informatietechnologie?
- Op welke wijze kan de samenleving invloed uitoefenen op de verdere ontwikkeling en toepassing van informatietechnologie?
- 1. Kandidaten kunnen uitleggen wat wordt bedoeld met technologie.
- 2. Kandidaten kunnen omschrijven wat wordt bedoeld met informatietechnologie.
- 3. Kandidaten kunnen uitleggen wat wordt verstaan onder een gegevensverwerkend systeem.
- 4. Kandidaten kunnen omschrijven wat wordt bedoeld met de informatisering van de samenleving en kunnen verschijnselen herkennen die daarmee samenhangen.
- 5. Kandidaten kunnen factoren beschrijven die van invloed zijn op de opkomst van nieuwe informatietechnologieën.
- 6. Kandidaten kunnen maatschappelijke en politieke vragen beschrijven die samenhangen met de introductie van informatietechnologie.
- 7. Kandidaten kunnen uitleggen dat de introductie van informatietechnologie vragen oproept over de beheersbaarheid.
- 8. Kandidaten kunnen het belang van technologisch aspectenonderzoek uitleggen.
- 1. Kandidaten kunnen aangeven op welke verschillende manieren de Nederlandse overheid betrokken is bij informatietechnologie.
- 2. Kandidaten kunnen uitleggen op welke punten de overheid ontwikkelingen op het gebied van de informatietechnologie tracht te stimuleren en te beheersen.
- 3. Kandidaten kunnen uitleggen dat de introductie van informatietechnologie in de samenleving politieke vragen op verschillende beleidsterreinen oproept en hiervan voorbeelden herkennen.
- 4. Kandidaten kunnen van concrete standpunten over (informatie)technologie en samenleving beredeneren wat de achterliggende ideologische uitgangspunten (zouden kunnen) zijn.
- 5. Kandidaten kunnen aangeven op welke wijze de overheid bij de ontwikkeling van beleid gebruik kan maken van informatietechnologie.
- 6. Kandidaten kunnen aangeven op welke wijze de overheid bij haar besluitvorming gebruik kan maken van informatietechnologie.
- 7. Kandidaten kunnen aangeven op welke wijze de overheid bij de uitvoering van beleid gebruik kan maken van informatietechnologie.
- 1. Kandidaten kunnen uitleggen dat de introductie van informatietechnologie consequenties kan hebben voor verschillende aspecten van de sociale en economische structuur van de samenleving.
- 2. Kandidaten kunnen uitleggen dat – mede onder invloed van de opkomst van nieuwe informatietechnologieën – een verschuiving heeft plaats gevonden tussen de verschillende beroepssectoren.
- 3. Kandidaten kunnen voor de verschillende beroepssectoren voorbeelden herkennen van de introductie van informatietechnologie.
- 4. Kandidaten kunnen een analytisch onderscheid maken tussen procesinnovatieve en produktinnovatieve toepassingen van informatietechnologie.
- 5. Kandidaten kunnen van verschillende (informatie)technologische innovaties aangeven wat de (mogelijke) consequenties hiervan zijn voor de werkgelegenheid.
- 6. Kandidaten kunnen (mogelijke) consequenties beschrijven van de introductie van informatietechnologie op arbeidsomstandigheden/kwaliteit van het werk.
- 7. Kandidaten kunnen mogelijke gevolgen herkennen van de invoering van informatietechnologie voor de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt.
- 8. Kandidaten kunnen mogelijke invloeden van informatietechnologische innovaties op de veranderingen in de arbeidsvoorwaarden beschrijven.
- 9. Kandidaten kunnen mogelijke veranderingen in de sociale structuur herkennen, die samenhangen met de informatisering van de samenleving.
- 10. Kandidaten kunnen uitleggen welke motieven een organisatie kan hebben om informatietechnologie toe te passen.
- 11. Kandidaten kunnen uitleggen dat de introductie van informatietechnologie mogelijkheden biedt voor een andere arbeidsorganisatie.
- 12. Kandidaten kunnen soorten van automatisering beschrijven en uitleggen en hoe de introductie van informatietechnologie in een organisatie kan verlopen.
- 13. Kandidaten kunnen met betrekking tot automatisering in bedrijven en instellingen belangen herkennen, die door werknemers(organisaties) naar voren worden gebracht.
- 14. Kandidaten kunnen uitleggen welke mogelijkheden werknemers(organisaties) hebben om voor hun belangen op te komen.
- 15. Kandidaten kunnen de wettelijke mogelijkheden omschrijven op grond waarvan werknemers(organisaties) kunnen participeren in automatiseringsprocessen.
- 16. Kandidaten kunnen informatisering en individualiseringbeschrijven als processen, die elkaar beïnvloeden.
- 1. Kandidaten kunnen verschillende visies beschrijven die mensen kunnen hebben op de introductie van nieuwe technologieën in de samenleving. Zij zijn in staat deze visies in verband te brengen met een aantal (ideaaltypische) toekomstvisies en hun eigen visie.
- 2. Kandidaten kunnen factoren noemen die van invloed zijn op de houding van mensen ten opzichte van nieuwe technologien.
- 3. Kandidaten kunnen uitleggen dat informatietechnologie mogelijkheden biedt voor een andere arbeidsoriëntatie.
- 4. Kandidaten kunnen uitleggen dat de brede toepassing van informatietechnologie van invloed kan zijn op het alledaagse en wetenschappelijke denken.