Bijlage I Warenwetbesluit gastoestellen: behorende bij het Warenwetbesluit gastoestellen
Opmerking vooraf De in de fundamentele voorschriften van deze bijlage vervatte verplichtingen voor toestellen zijn ook van toepassing op toebehoren indien zij gevaren betreffen die zich tevens kunnen voordoen bij toebehoren. 1.1. Een toestel moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de werking veilig is en het bij normaal gebruik als omschreven in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, geen gevaar oplevert voor personen, huisdieren of goederen. 1.2. Wanneer het toestel in de handel wordt gebracht, moeten: De aanwijzingen en waarschuwingen moeten gesteld zijn in de officiële talen (taal) van de Lid-Staat van bestemming. 1.2.1. In de technische aanwijzingen voor de installateur moeten alle instructies voor installatie, afstelling en onderhoud worden vermeld, zodat deze taken op de juiste wijze kunnen worden uitgevoerd en het toestel veilig kan worden gebruikt. Ook moeten de aanwijzingen nadere gegevens bevatten omtrent: 1.2.2. In de gebruiks- en onderhoudsaanwijzingen voor de gebruiker moeten alle nodige inlichtingen voor een veilig gebruik worden gegeven en moet de aandacht van de gebruiker met name worden gevestigd op eventuele gebruiksbeperkingen. 1.2.3. Bij de waarschuwingen op het toestel en op de verpakking moeten de gassoort, de gasdruk en de eventuele gebruiksbeperkingen duidelijk worden vermeld, en met name de beperking dat het toestel alleen in voldoende verluchte ruimten mag worden geïnstalleerd. 1.3. Een in het toestel te gebruiken toebehoren moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat het op de juiste wijze overeenkomstig het gebruiksdoel werkt indien het overeenkomstig de aanwijzingen voor de installatie is aangebracht. De instructies voor installatie, afstelling, werking en onderhoud worden met het toebehoren meegeleverd. 2.1. De materialen moeten geschikt zijn voor het voorziene gebruik en bestand zijn tegen de mechanische, chemische en thermische omstandigheden waaraan zij naar verwachting zullen worden blootgesteld. 2.2. De fabrikant of de leverancier m
- - technische aanwijzingen voor de installateur worden meegeleverd;
- - gebruiks- en onderhoudsaanwijzingen voor de gebruiker worden meegeleverd;
- - de nodige waarschuwingen op het toestel, alsmede op de verpakking worden vermeld.
- - de te gebruiken gassoort,
- - de te gebruiken gasdruk,
- - de vereiste luchtverversing,
- - de aanvoer van verbrandingslucht,
- - ter vermijding van de vorming van mengsels met een gevaarlijk gehalte aan niet-verbrand gas voor toestellen die niet zijn voorzien van het in punt 3.2.3 bedoelde toebehoren,
- - de wijze van afvoer van verbrandingsprodukten,
- - voor ventilatorbranders en met dergelijke branders uit te rusten warmtegeneratoren: de kenmerken, de assemblagevoorschriften om te kunnen voldoen aan de fundamentele voorschriften die gelden voor het toestel als eindprodukt, en, in voorkomend geval, de lijst van door de fabrikant aanbevolen combinaties.
- - de ontsteking en herontsteking rustig verlopen;
- - overlopen gewaarborgd is.