Art. 3:124 BW, Bezit en houderschap
Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BW3)
Wanneer iemand een goed voor een ander houdt en dit door een derde als rechthebbende van hem wordt opgeëist, vindt hetgeen in de voorgaande vier artikelen omtrent de bezitter is bepaald, te zijnen aanzien toepassing met inachtneming van de rechtsverhouding waarin hij tot die ander stond.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Langemeijer 18 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4874
- HR 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2513
- Hof Den Haag 7 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2613
- Rb. Rotterdam 13 maart 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:3496
- Rb. Gelderland 25 november 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:8233
- Rb. Gelderland 19 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:2214
- Conclusie A-G Spier 11 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1394
- Conclusie A-G Hartkamp 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2513