Art. 7:861 BW, Borgtocht, aangegaan buiten beroep of bedrijf
1. Een borgtocht die voor toekomstige verbintenissen is aangegaan, kan:
a. te allen tijde worden opgezegd, indien zij niet voor een bepaalde duur geldt;
b. na vijf jaren worden opgezegd, indien zij wel voor een bepaalde duur geldt.
2. Na de opzegging duurt de borgtocht voor de reeds ontstane verbintenissen voort.
3. Een borg is niet verbonden voor toekomstige verbintenissen tot vergoeding van schade, waarvoor de hoofdschuldenaar jegens de schuldeiser aansprakelijk is, voor zover de schuldeiser de schade had kunnen voorkomen door een toezicht als redelijkerwijs van hem gevergd kon worden.
4. Een borg is evenmin verbonden voor toekomstige verbintenissen uit een rechtshandeling die de schuldeiser onverplicht heeft verricht, nadat hij bekend was geworden met omstandigheden die de mogelijkheid van verhaal op de hoofdschuldenaar aanmerkelijk hebben verminderd, zulks tenzij de borg uitdrukkelijk met de rechtshandeling heeft ingestemd of deze handeling geen uitstel kon lijden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 oktober 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9750
- Rb. Utrecht 21 december 2005, ECLI:NL:RBUTR:2005:AU9856
- Rb. Rotterdam 23 september 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:8874
- Rb. Roermond 25 november 2008, ECLI:NL:RBROE:2008:BG5687
- Rb. Limburg 3 juni 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:4728
- Rb. Arnhem 2 april 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BC9308
- Hof 's-Hertogenbosch 27 juni 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY9606