Art. 7:757 BW, Aanneming van werk in het algemeen
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. Wordt de uitvoering van het werk onmogelijk doordat de zaak waarop of waaraan het werk moet worden uitgevoerd, tenietgaat of verloren raakt zonder dat dit aan de aannemer kan worden toegerekend, dan is de aannemer gerechtigd tot een evenredig deel van de vastgestelde prijs op grondslag van de reeds verrichte arbeid en gemaakte kosten. In geval van opzet of grove schuld van de opdrachtgever is de aannemer gerechtigd tot een bedrag berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 764 lid 2.
2. Bevond de zaak zich echter in het geval, bedoeld in het vorige lid, onder de aannemer, dan is de opdrachtgever tot geen enkele vergoeding gehouden, tenzij het tenietgaan of verloren raken aan zijn schuld was te wijten, in welk geval het vorige lid onverminderd toepassing vindt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 31 januari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:1041
- Rb. Gelderland 6 oktober 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5280
- Rb. Amsterdam 19 januari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:739
- Conclusie A-G Wuisman 16 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ9888
- Hof Arnhem-Leeuwarden 28 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2644
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 december 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10766