Art. 7:674 BW, Einde van de arbeidsovereenkomst
1. De arbeidsovereenkomst eindigt door de dood van de werknemer.
2. Niettemin is de werkgever verplicht aan de nagelaten betrekkingen van de werknemer over de periode vanaf de dag na overlijden tot en met één maand na de dag van het overlijden, een uitkering te verlenen ten bedrage van het loon dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder nagelaten betrekkingen verstaan de langstlevende der echtgenoten dan wel geregistreerde partners van wie de werknemer niet duurzaam gescheiden leefde dan wel degene met wie de werknemer ongehuwd samenleefde, bij ontstentenis van deze de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond en bij ontstentenis van dezen degene met wie de werknemer in gezinsverband leefde en in wiens kosten van bestaan hij grotendeels voorzag. Van ongehuwd samenleven als bedoeld in de eerste zin is sprake indien twee ongehuwde personen een gezamenlijke huishouding voeren, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad. Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in de tweede zin is sprake indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.
4. De overlijdensuitkering, bedoeld in lid 2, kan worden verminderd met het bedrag van de uitkering dat aan de nagelaten betrekkingen ter zake van het overlijden van de werknemer toekomt krachtens een wettelijk voorgeschreven ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering en krachtens de Toeslagenwet.
5. Lid 2 geldt niet indien de werknemer onmiddellijk voorafgaande aan het overlijden door toepassing van artikel 629 lid 3, geen aanspraak had op loon als bedoeld in artikel 629 lid 1 of indien ten gevolge van het toedoen van de werknemer geen aanspraak bestaat op een uitkering krachtens een wettelijk voorgeschreven ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering.
6. Van dit artikel kan niet ten nadele van de nagelaten betrekkingen worden afgeweken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2898
- Conclusie A-G Spier 12 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY8728
- Conclusie A-G Keus 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW3367
- Hof 's-Hertogenbosch 4 augustus 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:3479
- Rb. Den Haag 3 mei 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:7575
- Hof 's-Hertogenbosch 12 mei 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1512
- Rb. Utrecht 2 maart 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7215
- Rb. Utrecht 18 juli 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BL5496
- Rb. Rotterdam 29 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5115
- Rb. Oost-Brabant 22 juni 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:3293
- Rb. Noord-Holland 17 april 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:4282
- Rb. Midden-Nederland 10 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3556
- Rb. Leeuwarden 29 juni 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BR0011
- Rb. Gelderland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11905
- Rb. Den Haag 18 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22528
- Rb. Den Haag 7 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4730
- Rb. Assen 17 november 2009, ECLI:NL:RBASS:2009:BK3558
- Rb. Amsterdam 20 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1115
- Rb. Amsterdam 14 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:8458
- Rb. Almelo 13 september 2010, ECLI:NL:RBALM:2010:BN6922