Art. 7:658b BW, Enkele bijzondere verplichtingen van de werkgever
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. De rechter wijst een vordering tot nakoming van de verplichting, bedoeld in artikel 658a lid 2, af, indien bij de eis niet een verklaring is gevoegd van een deskundige, benoemd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, omtrent de nakoming van die verplichting door de werkgever.
2. Lid 1 geldt niet indien de nakoming niet wordt betwist of het overleggen van de verklaring in redelijkheid niet van de werknemer kan worden gevergd.
3. De deskundige, die zijn benoeming heeft aanvaard, is verplicht zijn onderzoek onpartijdig en naar beste weten te volbrengen.
4. De deskundige die de hoedanigheid van arts bezit, kan de voor zijn onderzoek van belang zijnde inlichtingen over de werknemer inwinnen bij de behandelend arts of de behandelend artsen. Zij verstrekken de gevraagde inlichtingen voor zover daardoor de persoonlijke levenssfeer van de werknemer niet onevenredig wordt geschaad.
5. De rechter kan op verzoek van een der partijen of ambtshalve bevelen dat de deskundige zijn verklaring nader schriftelijk of mondeling toelicht of aanvult.
6. De werknemer wordt ter zake van een vordering als bedoeld in het eerste lid slechts in de kosten van de werkgever, bedoeld in artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
7. Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan kan worden bepaald dat de in het eerste lid bedoelde deskundige door een ander dan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt aangewezen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 17 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:460
- Hof Den Haag 29 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1848
- Hof Den Haag 9 oktober 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2634
- Rb. Noord-Holland 5 augustus 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:5998
- Hof Arnhem-Leeuwarden 3 september 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:6681
- Rb. Utrecht 3 december 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK5212
- Rb. Rotterdam 17 december 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BH0212
- Rb. Noord-Holland 28 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:2194
- Rb. Noord-Holland 18 mei 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6782
- Rb. Noord-Holland 8 april 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:2968
- Rb. Noord-Holland 31 mei 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:4937
- Rb. Limburg 19 juni 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6059
- Rb. Gelderland 26 november 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:5789
- Hof 's-Hertogenbosch 2 februari 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:284
- Hof 's-Hertogenbosch 2 januari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:25
- Hof 's-Hertogenbosch 10 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1508
- Hof 's-Hertogenbosch 14 oktober 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:4240
- Hof 's-Gravenhage 30 december 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BI3382
- Hof Den Haag 14 december 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2562
- Hof Arnhem 20 april 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:1080