Art. 7:309 BW, Huur van bedrijfsruimte
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. Indien een verhuurder op wie de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst op de voet van artikel 226 zijn overgegaan, deze overeenkomst door opzegging doet eindigen in verband met de omstandigheid dat het gebouwde met het oog op de uitvoering van werken in het algemeen belang zal worden afgebroken, is hij aan de huurder en de onderhuurder aan wie voor die overgang bevoegdelijk is onderverhuurd, een schadeloosstelling verschuldigd wegens het verlies van de kans dat de huurverhouding zonder deze overgang zou hebben voortgeduurd.
2. De verhuurder is de in lid 1 bedoelde schadeloosstelling eveneens verschuldigd indien de overgang is geschied nadat de vorige verhuurder de huurovereenkomst heeft opgezegd in verband met de omstandigheid dat na de overgang het gebouwde met het oog op de uitvoering van werken in het algemeen belang zal worden afgebroken. Is de eigendom van het verhuurde overgedragen nadat de huurovereenkomst reeds door de opzegging was geëindigd, dan is de schadeloosstelling verschuldigd door de eigenaar die tot afbraak overgaat.
3. Een opzegging wordt vermoed in verband met de omstandigheid dat het gebouwde met het oog op de uitvoering van werken in het algemeen belang zal worden afgebroken, indien de afbraak binnen zes jaar na de opzegging aanvangt.
4. Werken tot verwezenlijking van een omgevingsplan, strekkende tot reconstructie van een bebouwde kom, worden in elk geval geacht in het algemeen belang te zijn.
5. Dit artikel is, behalve op bedrijfsruimte in de zin van artikel 290, ook van toepassing op een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, indien deze zaak of dit gedeelte voor de uitoefening van een ander bedrijf is verhuurd dan waarop bedrijfsruimte in de zin van artikel 290 betrekking heeft.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3125
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 september 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:7058
- Rb. Zwolle-Lelystad 21 juli 2006, ECLI:NL:RBZLY:2006:AY8057
- Rb. Utrecht 29 augustus 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6420
- Rb. 's-Hertogenbosch 13 december 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BC8593
- Rb. Midden-Nederland 12 juni 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3469
- Rb. Den Haag 3 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:780
- Rb. Amsterdam 9 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7800
- Conclusie A-G Huydecoper 14 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB7197
- HR 30 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4017
- Hof 's-Hertogenbosch 2 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1900
- Hof 's-Hertogenbosch 27 februari 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0044
- Hof 's-Gravenhage 10 juli 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BD7109
- Hof Den Haag 12 april 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:873
- Hof Arnhem-Leeuwarden 13 augustus 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5139
- Rb. Zwolle-Lelystad 9 juni 2010, ECLI:NL:RBZLY:2010:BM9721
- Rb. Utrecht 16 december 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BN0386
- Rb. 's-Hertogenbosch 22 maart 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4604
- Rb. Rotterdam 18 oktober 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11403
- Rb. Rotterdam 5 augustus 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7230